Vorige Start Omhoog Volgende  

Hoofdstuk XI, Par. 2.
De argumentatie van het voorkeursadvies

[Blz. 269]

Inleiding
1. De bruikbaarheid en de vruchtbaarheid 
Tabel XI 2. De voorkeurs-handelwijzen
2. De orthopedagogische juistheid
3. De funderende visie

Inleiding

De methodiek bestaat dus uit het weergeven van de drie aangetroffen handelwijzen en het aangeven van een voorkeursadvies. En krijgt de voorrang en de andere twee worden slechts terzijde en in versneden vorm aanbevolen. Deze voorrangsregeling is te beargumenteren. De argumentatie is drieledig:

1. Praktisch:

De bruikbaarheid en de vruchtbaarheid van de methodiek dient gebleken te zijn in de praktijk; overigens is de bruikbaarheid op grond van de onderzoeksgegevens beter aan te tonen dan de vruchtbaarheid: die blijkt pas op langere termijn en op andere werkplekken. 

2. Theoretisch:

De orthopedagogische juistheid, zoals bedoeld in hoofdstuk II waar over de orthopedagogiek geschreven is, dient aantoonbaar te zijn.

3. Funderend:

De methodiek dient onderbouwd te zijn met een verdedigbare visie in welke zij logisch is.

Hiermee is ook de indeling van deze paragraaf gegeven.

1. De bruikbaarheid en de vruchtbaarheid 

Van de elf teams werkten er zeven aanvankelijk met een methodiek die het 'gedrag beheersen' centraal stelde. Twee teams spraken in termen van 'persoon ontmoeten', maar in hun logboek was nog veel van het' gedrag beheersen' te herkennen (zie hiernaast en H VIII par. 1).

Van deze negen teams die aanvankelijk veel met 'gedrag beheersen' werkten, zijn er in de loop van het project zeven overgestapt op een voorkeur voor 'persoon ontmoeten'. Twee van de negen teams bleven, zij het iets minder, bij het 'gedrag beheersen'. Twee teams werkten aanvankelijk vooral conflict-vermijdend. Ook zij gingen over tot het centraal stellen van het 'persoon ontmoeten'.

Geen der teams deed dit ongemotiveerd. Kritische bespreking van de eigen ervaringen leidde tot de verandering.

Tabel XI 2. De voorkeurs-handelwijzen

Team

Aanvankelijk

Later

1. Berenberg Beheersen Ontmoeten
2. Apenrots Beheersen Ontmoeten
3. Mezennest Ontwijken Ontmoeten
4. Leeuwenbos Beheersen Ontmoeten
 
5. Waterratten Ontmoeten & Ontmoeten
beheersen
6. Bevers Ontmoeten & Ontmoeten
beheersen
7. Eiland Ontwijken Ontmoeten
8. Meervogels Beheersen Beheersen
9. Sluisgroep Beheersen Beheersen
10. Bosvogels Beheersen Ontmoeten
11. Waterstraat Beheersen Ontmoeten
 

Totaal

7 x Beheersen 2x Beheersen
2x Ontm & Beh. 9x Ontmoeten
2x Ontwijken 0x Ontwijken

 

De argumentatie van de teams berustte vooreerst op praktische gronden, namelijk op het afwegen van de voor- en nadelen van elk der handelwijzen. De twee teams die uiteindelijk voor 'gedrag beheersen' bleven kiezen zagen de nadelen hiervan wel in, maar zij zagen in het 'persoon ontmoeten' nog iets mr nadelen.

De argumentatie is derhalve samen te vatten door de voor- en nadelen van de drie handelwijzen op te sommen en tegen elkaar af te wegen. Deze praktische argumentatie geschiedt door het afwegen van wat de handelwijze de werker oplevert, dus aan de hand van de volgende elementen.

(4) Hoe loopt het af en hoe interpreteert men dat?

(5) Hoe is de bevinding achteraf en hoe waardeert men die?

(6) Welk type kennis en vragen komen op en hoe vruchtbaar zijn die?

(7) Welk type zoekweg hoort erbij en wat levert die op?

 

Het schema op p 218, waar de drie handelwijzen bijeen staan, levert de gegevens voor deze afweging op.

Handelwijze I, 'gedrag beheersen'

Deze is door de meeste teams uiteindelijk als methodische basis verworpen om de volgende argumenten.

 

[Blz. 270] 

(4) De afloop

De schijnaanpassing, de escalatie, de vele omgangsbreuken en de negatieve vicieuze cirkel, die de teams ervaren hebben, werden als ongewenst en nadelig genterpreteerd. Het mogelijk voordeel van de kans op echte aanpassing en tijdelijke rust woog daar niet tegenop.

(5) De bevinding achteraf

De spanning, twijfel en onmacht die gevoeld is werd eveneens als ongewenst ervaren. De tevredenheid die soms gevoeld werd woog hier niet tegenop of verdween om te veranderen in twijfel.

(6) De inzichten

De bevestiging van de gedragsinterpretatie werd als onvoldoende vruchtbaar en richtinggevend ervaren. Met dezelfde interpretatie bleef men immers in dezelfde gaandeweg afgewezen handelwijze werken. Die (bevestigde) interpretatie was nu net het startpunt van de als negatief ervaren vicieuze cirkel. Juist de herinterpretatie van 'gedrag' naar 'handelen' werd als vruchtbaar ervaren.

(7) De zoekweg

Het zoeken naar betere beheerstechnieken werd met dezelfde twijfel bezien; dat bood geen uitweg uit de vicieuze cirkel, maar was er deel van.

De twee teams die bleven kiezen voor' gedrag beheersen' als basis

wogen dezelfde voor- en nadelen anders af. Zij wogen de kans op aanpassing, op tijdelijke rust ('gezelligheid'), op tevredenheid en de hoop op betere beheerstechnieken af tegen de genoemde nadelen en bleven voor de eerste kiezen.
Onafwendbaar was wel hun conclusie dat er toch anders gewerkt moest gaan worden. De teams onderkenden de samenhang tussen hun wijze van gedrag beheersen en het feit dat ze met de helft van de meisjes waren vastgelopen. Zij zochten het echter in het' nders beheersen' en niet in het 'terzijde stellen van het beheersen' .

Bij die keuze was n argument voor hen doorslaggevend:

de angst voor 'chaos waarvan het einde zoek zou zijn' die de nieuwe handelwijze II met zich mee zou brengen (zie p 173). Met' chaos' doelde men op het naar voren komen van de hevige irrationele gevoelens en de sterke eigen wil, de wens tot autonomie van de meisjes. In de visie van deze teams waren dat geen goede zaken. Daarom durfden deze teams de handelwijze II niet echt als voorkeur te gaan uitproberen: Daardoor hebben ze niet zelf kunnen ervaren of deze chaos nu echt inherent was aan het kiezen voor handelwijze II als basis. Daarvoor moeten we te rade gaan bij de teams die de stap naar handelwijze II wel hebben aangedurfd.

Handelwijze ll, 'persoon ontmoeten'

Deze is door negen van de elf teams uiteindelijk als basis gekozen en wel om de volgende motieven.

(4) De afloop

Het contact, de oplosbaarheid van conflicten, de echte rust, het afnemen van het aantal conflicten en van de onderlinge overheersing in de groep hebben deze teams als voordelen genterpreteerd. Het feit dat de hulpvragen zichtbaar werden werd als moeilijk doch noodzakelijk bevonden. De levendigheid die de groep te zien gaf is niet ervaren als een 'chaos waarvan het einde zoek is' .De sterke gevoelens, de irrationaliteit en de eigen wil kwamen inderdaad naar boven, maar daar viel mee te werken.

Een van de meest onrustige groepen was wel die van 'Het Huis in de Waterstraat'. Die onrust was er al, gezien de dagelijkse vermelding ervan in het logboek in de beginfase. Ook na de verandering was nog van onrust sprake, maar de aard ervan was anders en men keek er anders tegenaan. De 'nieuwe onrust' kwam voort uit de niet-onderdrukte schaduwkant en de nu zichtbare hulpvragen. Maar daarmee wilde men best aan het werk.

De door de teams van 'De Meervogels' en 'De Sluisgroep' zo gevreesde chaos bleek dus niet inherent te zijn aan het centraal stellen van handelwijze II. Misschien is het bang zijn voor irrationaliteit en autonomie wl inherent aan het centraal stellen van handelwijze I en aan de visie die dat fundeert (zie p 168,171 en 173).

(5) De bevinding achteraf

De moeilijkheidsgraad, de vermoeidheid, maar ook de tevredenheid die gevoeld is werden uiteindelijk als goed ervaren.

(6) De inzichten

Het Ieren kennen van zichzelf en van de groep werd als vruchtbaar ervaren. De vraag naar een hulpverlenings-methodiek werd een zinvolle genoemd. Het inzicht dat contact leggen een goede basis voor het werk is en dat het conflict aangaan daarbij kan helpen werd door de minder ervaren groepsleiders als verrassend en perspectiefgevend ervaren en door de meer ervaren groepsleiders herkend als hun inzicht van waaruit ze al werkten.

 

[Blz. 271] 

Kortom: de inzichten en vragen die opkwamen werden als bruikbaar en vruchtbaar beoordeeld; zo ook de twijfel aan 'de theorie uit het hoofdgebouw'.

(7) De zoekweg

Het zelf zoeken aan de hand van eigen ervaringen werd vrijwel unaniem als een vruchtbare en uiteindelijk ook plezierige methode ervaren.

Op grond van deze motieven kozen negen van de elf teams de tweede handelwijze uiteindelijk als hun basis. De twee teams die dit nit deden hebben, mijns inziens omdat ze het niet deden, de genoemde voordelen niet zelf kunnen ervaren. Ze geloofden er niet in; ze bleven geloven in hun angst voor de' chaos waarvan het einde zoek is.

De handelwijze III, 'conflict ontwijken'

Deze is door de twee teams die deze aanvankelijk als basis hadden, verlaten. Naar ik vermoed is er in alle teams toch vrij veel mee gewerkt, maar men beleefde deze handelwijze als 'niets doen' en daarover is dan ook niet veel verteld.

Ik vermoed dat alle teams uiteindelijk wel konden instemmen met de stellingname: "werk eventueel met handelwijze III (...), doch kies die niet als basis." Voor zover de handelwijze wel besproken is, kwamen de volgende motieven naar voren.

(4) De afloop

De tijdelijke rust kan zeer gewenst en noodzakelijk zijn; die afloop maakt de handelwijze bruikbaar. De ervaring echter dat het conflict toch terugkomt, leerde dat deze handelwijze geen basis kan zijn voor methodiek in dit vak.

(5) De bevinding achteraf

De adempauze werd gewaardeerd. De spanning en angst die toch gevoeld bleef, gaf aan dat deze handelwijze geen basis kan zijn.

(6) Het inzicht

dat deze handelwijze slechts op korte termijn bruikbaar is, komt voort uit het bovenstaande. Wie conflict ontwijkt, ontwijkt uiteindelijk het contact en dt kun je niet missen.

(7) De zoekweg

Het steun zoeken bij anderen is wel nuttig; het levert wel lange teambesprekingen op. In laatste instantie sta je er in moeilijke situaties toch alleen voor. De zoekweg leverde wel steun op, maar kon de angst toch niet wegnemen, dus de handelwijze niet echt doorbreken.

De eindafweging

De eindafweging van negen van de elf teams was dat handelwijze II centraal dient te staan. Handelwijze III kan behulpzaam zijn en handelwijze I dient waar mogelijk vermeden te worden. Hoe meer men in handelwijze II werkt, hoe minder handelwijze l ook nodig blijkt te zijn. De argumentatie van de twee teams die vooral uit angst voor 'chaos waarvan het einde zoek is' deze methodiek afwezen, is mijns inziens door de overige teams op grond van ervaring, dus empirisch, weerlegd.

2. De orthopedagogische juistheid

Het werk van de groepsleider bestaat uit het aanbieden van een leefsituatie aan de bewoners en uit het delen van die leefsituatie met hen. Dat waren hier vooral de jeugdigen met wie de ouders, pleegouders of de vorige groepsleiders het niet hebben uitgehouden, dan wel jeugdigen die het zelf daar niet meer uithielden; jeugdigen met wie men in conflicten vastliep, wier doen en laten onaanvaardbaar werd genoemd en met wie de dialoog vastliep.

De vakkunde bestaat dan mijns inziens hierin dat de groepsleiders weten te handelen waar anderen het niet meer wisten (zie hoofdstuk II). De hulp die de groepsleider wil bieden bestaat erin dat gepoogd wordt de dialoog met en de ontwikkeling van de jeugdige als persoon weer op gang te brengen, om de 'vraag' die de jeugdige dienaangaande in zijn doen en laten stelt, te beantwoorden.

De taak van het vak orthopedagogiek is het om de groepsleider hierbij te helpen door handelingsmogelijkheden te evalueren en methodiek aan te reiken: mogelijke handelwijzen en een voorkeursadvies. De orthopedagogische juistheid van handelwijzen kan dan beargumenteerd worden aan de hand van de volgende

twee vragen:

1) Helpt deze handelwijze de groepsleider te handelen in de dagelijkse leefsituatie met jeugdigen waarmee anderen het niet meer wisten?

2) Helpt deze handelwijze de groepsleider de dialoog met en de ontwikkeling van de jeugdige als persoon weer op gang te brengen?

 

[Blz. 272] 

Handelwijze I, 'gedrag beheersen'

Hierin ziet men van de bewoner vooral het gedrag en tracht men het ongewenste gedrag te stoppen en, op den duur, in gewenst gedrag te veranderen, anders gezegd: het gedrag te reguleren. Dit gebeurt zonder twijfel met de bedoeling hierdoor de dialoog en de ontwikkeling weer mogelijk te maken. 'Gedrag reguleren' is dit methodische idee genoemd, zoals dat in de literatuur verschijnt (zie hoofdstuk IX en het samenvattend schema op p 219).

De praktijk echter pakte in die groepen waarin het 'gedrag beheersen' centraal stond, anders uit dan deze bedoeling aangaf. De concentratie op het gedrag verhinderde het zien van het innerlijk en de van daaruit verzonden boodschappen die veelal het persoon-zijn raken en hulpvragen bevatten. De voortdurende concentratie op het gedrag verhindert dan de dialoog, die dit innerlijke aspect niet kan missen.

De concentratie op het veranderen van gedrag bleek in de praktijk van deze groepen een concentratie tot het continu willen beheersen van bewoners en situatie te verworden en een vrijwel continu en mijns inziens overmatig gebruik van macht op te roepen.

De afloop liet weliswaar in zekere mate de beoogde gedragsaanpassing zien, maar al te vaak bleek dit slechts een tijdelijke en schijnbare. De afloop liet veel omgangsbreuken en uiteindelijke vastlopers zien.

Het beoogde doel, herstel van de dialoog, werd in de praktijk dus niet bereikt; de ontwikkeling van de jeugdige als persoon werd in ieder geval in dit opzicht niet bevorderd.

1) Hielp het centraal stellen van deze handelwijze de groepsleider te handelen waar anderen het niet meer wisten?

Nee, in ieder geval in onvoldoende mate. Conflicten escaleerden juist daar waar men gedrag wilde beheersen en niet communiceerde over de daarin vervatte kennelijk belangrijke boodschappen. Tal van omgangsbreuken verstoorden het bij elkaar zijn in de leefsituatie: men hield het niet meer met elkaar uit.

2) Hielp het centraal stellen van deze handelwijze de dialoog met en de ontwikkeling van de jeugdige als persoon bevorderen?

Nee, de dialoog werd eerder verstoord door de concentratie op het gedrag en het ruime gebruik van macht. Met name raakten de kennelijk belangrijke boodschappen die het persoon-zijn raken en die hulp- en ontwikkelingsvragen bevatten, bij deze handelwijze zoek.

Ik concludeer:

deze handelwijze kan mogelijkerwijs geschikt zijn om op bepaalde momenten bepaald gedrag noodzakelijkerwijs te stoppen, maar kan niet de basis zijn van een methodiek voor het werk van de groepsleider.

Handelwijze II, 'persoon ontmoeten'

Hierin ziet men van de bewoners wel hun doen en laten, maar men zoekt tevens naar de innerlijke achtergrond daarvan -- niet in de zin van 'factoren zoeken die het gedrag veroorzaken', maar in de zin van: 'welke boodschap wordt daarin uitgedrukt?'

In deze handelwijze poogt men contact te leggen door adequate communicatie met het innerlijk, met de bedoeling de dialoog met de ontwikkeling van de jeugdige als persoon weer op gang te brengen. Hiertoe gaat men zonodig ook het conflict aan, daarbij pogend tevens contact met de schaduwkant te leggen.

De praktijk liet zien dat dit kan lukken. Deze handelwijze leverde contact op inclusief de schaduwkant en maakte conflicten oplosbaar. Hulp- en ontwikkelingsvragen werden zichtbaar. Aldus handelend leerde de groepsleiding zichzelf en haar groep kennen.

1) Hielp deze handelwijze de Groepsleiding te handelen waar anderen het niet meer wisten?

Ja, deze handelwijze gaf de groepsleiding naar haar eigen oordeel perspectief en motivatie om met de bewoners te leven en met hen te werken. Men liep vrijwel niet meer vast. Er waren weinig omgangsbreuken.

2) Hielp deze handelwijze de groepsleiding de dialoog met en de ontwikkeling van de jeugdige als persoon te bevorderen?

Ja, de kennelijk belangrijke boodschappen die het persoon-zijn raken werden gehoord; de communicatie daarover kon weer slagen. De dialoog kon hersteld worden en de ontwikkeling als persoon zodoende bevorderd worden of een kans krijgen.

Ik concludeer:

deze handelwijze is geschikt voor het werk van de groepsleiding

omdat zij oog heeft voor het innerlijke aspect van het doen en laten, k als dit lastig is, en

omdat zij oor heeft voor de kennelijk belangrijke boodschappen die het persoon-zijn raken, k die uit de schaduwkant.

 

[Blz. 273]

Handelwijze III, 'conflict ontwijken'

Hierin ziet men de bewoners terwijl men zelf benvloed wordt door angst en onmacht en tracht men het conflict met hen te ontwijken. De praktijk liet zien dat dit ontwijken van conflict impliceerde dat ook het contact, in het bijzonder dat met de schaduwkant, werd ontweken. Zelfs het conflict werd uiteindelijk niet ontweken, terwijl de angst bleef. Er werd slechts een adempauze bereikt.

1) Hielp deze handelwijze de groepsleiding te handelen waar anderen het niet meer wisten?

Ja en nee.

Ja, op korte termijn bekeken gaf deze handelwijze de groepsleiding en de bewoners de nodige adempauze om met elkaar te blijven leven en werken.

Nee, op lange termijn bekeken gaf deze handelwijze, indien als basis gebruikt, slechts herhaling van het conflict.

 

2) Hielp deze handelwijze de groepsleiding de dialoog en de ontwikkeling als persoon bevorderen?

Nee, de dialoog werd in feite opgeschort en, indien herhaaldelijk zo gewerkt werd, ontweken. De ontwikkeling van de jeugdige als persoon kreeg schijnbaar de ruimte, maar in feite te weinig kans omdat de schaduwkant (met de daarin schuilende belangrijke boodschappen) werd ontweken en de dialoog daarmee eveneens werd ontweken. Zo bleef een belangrijk deel van het persoon-zijn buiten de communicatie.

Ik concludeer:

deze handelwijze kan bij momenten geschikt zijn omdat zij op bepaalde moeilijke momenten de ruimte kan bieden om de leefsituatie voort te zetten. Zij kan echter geen basis zijn voor het werk van de groepsleider omdat zij belangrijke aspecten van het persoon-zijn dan blijvend buiten de communicatie houdt en de dialoog verengt tot de zonzijde. De hulp- en ontwikkelingsvragen echter komen vooral uit de schaduwzijde.

De methodische conclusie mag mijns inziens luiden:

1) Handelwijze II is geschikt als basis,

omdat zij in staat bleek de dialoog te herstellen en de ontwikkeling als persoon te bevorderen k van jeugdigen die lastige of onaanvaardbare dingen doen of laten en waarmee men niet meer wist hoe te handelen in de dagelijkse leefsituatie.

2) Handelwijze III is geschikt als aanvulling en eerste reserve,

omdat zij het voortzetten van het delen van de dagelijkse leefsituatie op moeilijke momenten mogelijk kan maken, doch, indien als basis gebruikt, de dialoog opschort en uiteindelijk bemoeilijkt.

3) Handelwijze I is slechts geschikt als laatste reserve in bepaalde situaties, als noodverband, en dient gevolgd te worden door een terugkeer naar de basis, handelwijze II,

omdat zij weliswaar in staat is op bepaalde momenten bepaald gedrag noodzakelijkerwijs te stoppen, maar door haar concentratie op het gedrag en door het gevaar van overmatig machtsgebruik, een gevaar vormt voor de dialoog en dus voor de ontwikkeling van de jeugdige als persoon; zij belemmert de communicatie over vele kennelijk belangrijke boodschappen.

3. De funderende visie

Het centraal stellen van 'persoon ontmoeten' als handelwijze is logisch in een bepaalde visie. In die visie wordt de mens, ook het tehuiskind, gezien als een wezen dat zich niet alleen maar kan gedragen, maar dat kan handelen en zodoende personaliteit kan ontwikkelen in dialoog met anderen. In die visie kijkt men kritisch naar de huidige maatschappij, haar normen en machtsstructuren. Dit is de visie van de kritische orthopedagogiek, die in hoofdstuk II is weergegeven.

In die visie is het logisch om de handelwijze' conflict ontwijken' te accepteren waar deze het samen leven en werken, bij gratie van een adempauze, mogelijk houdt, maar evenzeer om die handelwijze af te wijzen als basis omdat zij dan de dialoog bemoeilijkt. Daarom werd deze handelwijze in versneden vorm en terzijde gesteld aanbevolen.  

[Blz. 274] 

In die visie is het logisch om de handelwijze' gedrag beheersen' scherper te versnijden en uitdrukkelijker ter zijde te stellen. In die handelwijze staat immers' gedrag' centraal en niet het handelen, terwijl 'beheersen' zich niet verdraagt met' dialoog' .De handelwijze I blijft slechts over als noodverband in scherp versneden vorm.

Het methodische idee van 'gedrag aan- en afleren', dat in de handelwijze 'gedrag beheersen' en in de methodische ideen van het 'gedrag reguleren' voorkomt, behoeft in zich niet verworpen te worden; leerprocessen kunnen helpen om personaliteit te ontwikkelen. Die leerprocessen zullen dan echter niet op de basis van het 'gedrag beheersen' gent moeten worden, maar op de basis die hier genoemd is: 'persoon ontmoeten'.

 Vorige Start Omhoog Volgende