Vorige Start Omhoog Volgende

1. Samenvatting I 

[Blz. 61]

Handelingsonderzoek is onderzoek dat antwoord tracht te geven op praktische vragen, met name vragen naar handelwijzen die situaties kunnen veranderen en problemen kunnen oplossen en dat uitgaat van de visie op de mens als handelend wezen. De methodologie haakt aan bij de 'action research' van Lewin en heeft, met name in het Duits-talige gebied, een ontwikkeling doorgemaakt waarin, met name door Moser, een eigen wetenschapstheoretische onderbouwing is ontstaan. Deze baseert zich vooraI op de Kritische Theorie van de Frankfurter School, in het bijzonder de bijdragen van Habermas daarin. 

[Blz. 62] 

Handelingsonderzoek gebeurt samen met praktijkwerkers; het onderscheid tussen wetenschappers en practici is principieel opgeheven; practici onderzoeken hun eigen situatie en handelwijzen, wetenschappers werken actief mee aan het zoeken naar oplossingen en nieuwe handelwijzen, gezamenlijk ontwikkelen zij methodische ideeŽn, kennis en theorie van het type 'weten te handelen'.

Handelingsonderzoek gebeurt in een spiraalvormig proces waarin handelen in de praktijk, het verzamelen en ontwikkelen van data, het bewerken en analyseren hiervan en reflectie hierover zich afwisselen. Uit de literatuur is een cyclus van het handelingsonderzoek te destilleren, welke getekend is op p 48.

Van het handelen in de praktijk wordt verslag gedaan door de actoren. Hun verhaal over hun handelwijze vormt de kern van de onderzoeksgegevens. Deze verhalen worden verzameld, zo nodig geselecteerd, interpreterend geanalyseerd aan de hand van voor de vraagstelling relevante categorieŽn en eventueel aangevuld met andere relevante gegevens. De verhalen, de verdere gegevens, de analyse en de voorstellen tot conclusies worden vervolgens besproken in de discours.

De discours is het regelmatig terugkerend gesprek tussen alle bij het onderzoek betrokkenen waarin alle gegevens ter discussie worden gesteld en waarin afspraken, besluiten en voorlopige conclusies worden vastgesteld. 

De discours is de centrale instantie van handelingsonderzoek. Het is een gesprek waarin alle aanspraken op geldigheid van uitspraken ter discussie gesteld kunnen worden door alle deelnemers. De ter discussie gestelde uitspraken worden rationeel beargumenteerd totdat consensus is bereikt over de voorlopige geldigheid van uitspraken; dat wil zeggen: 

de waarheid van descriptieve uitspraken over standen van zaken in de objectieve wereld, 

de juistheid van normatieve uitspraken over aanvaardbaarheid van handelingen in de sociale wereld en 

de waarachtigheid van expressieve uitspraken over de innerlijke dus subjectieve wereld; 

de begrijpelijkheid van alle uitspraken is hiertoe voorwaardelijk.

 

Funderend voor deze werkwijze is de consensus-theone over de waarheid van Habermas -- zie het schema op p 50.

In de discours moet het handelen van de praktijkwerkers eerst begrepen worden.

Handelwijzen worden vervolgens uitgewisseld en geproblematiseerd; het vanzelfsprekende wordt van vraagtekens voorzien en zo mogelijk herzien. Op deze wijze worden in een kritische, dialogische en dialectische discours ideeŽn voor nieuwe handelwijzen en theoretische onderbouwing hiervan ontwikkeld. Deze ideeŽn worden in de praktijk beproefd, waarmee de cyclus opnieuw begonnen is.

Als dit alles lukt, resulteert een theoretisch onderbouwd handelingsrepertoire 

dat in de praktijk bruikbaar is gebleken, 

dat in de discours ethisch juist, rationeel en logisch consistent is gebleken en 

dat een bijdrage kan leveren aan de emancipatie van mensen. 

 

Indien het onderzoeksproces systematisch, controleerbaar, kritisch-creatief en voor ieder doorzichtig is afgelegd, kan gesproken worden van wetenschappelijk onderzoek, gemeten naar de normen van handelingsonderzoek. 

Deze verschillen van de normen van gedragsonderzoek, omdat het onderliggend paradigma verschilt. Gevraagd mag worden beide normenstelsels bij het beoordelen van handelingsonderzoek niet te verwisselen en elk op eigen merites te beoordelen.

2. Uitleiding: orthopedagogiek en handelingsonderzoek

Aan het eind van het vorige hoofdstuk is de orthopedagogiek getypeerd als de wetenschap die de handelingsverlegenheid in het pedagogische veld weet te doorbreken. Daartoe, zo werd gesteld, is kennis nodig van het type 'weten te handelen waar anderen het niet meer wisten'.

Essentieel voor de orthopedagogiek is dus het verbreden van de horizon van het bekende en het ontwikkelen van nieuwe handelwijzen en funderende theorie die rationeel te verantwoorden is en die de handelingsverlegenheid blijkbaar kan doorbreken. Daartoe, zo werd gesteld, is de orthopedagogiek per definitie een wetenschap die kritisch staat ten opzichte van de bestaande werkelijkheid en die dus dialectisch en kritisch denkt.

 

[ Blz. 63] 

In dit hoofdstuk hebben we gezien dat handelingsonderzoek bedoeld is om kennis van bet type 'weten te handelen' te ontwikkelen, dat het nieuwe handelwijzen en funderende theorie wil ontwikkelen die de horizon van het bekende kunnen verwijderen en die bestaande situaties helpen te veranderen. We hebben gezien dat in handelingsonderzoek kritisch en dialectisch wordt gedacht.  

Welnu: handelingsonderzoek zou dus wel eens precies die kennis kunnen ontwikkelen waar in de orthopedagogiek vraag naar is. [*116] Het proces van handelingsonderzoek sluit aan bij het proces dat de opvoeder aflegt als deze voor problemen komt te staan. [*117] De intersubjectieve werkwijze van handelingsonderzoek sluit aan bij het 'voorwerp van onderzoek' in de (ortho)pedagogiek, dat immers bestaat uit kennende subjecten die in principe vrijheid van handelen hebben en dit handelen ter discussie kunnen stellen.[*118] De hermeneutische werkwijze in handelingsonderzoek sluit goed aan bij de hermeneutische traditie in de (ortho)pedagogiek.[*119] De in eerste instantie idiografische kennis die in handelingsonderzoek wordt nagestreefd sluit aan bij de waarde die aan deze kennis in de pedagogiek en psychologie al langer wordt toegekend. [*120]

Een keuze voor handelingsonderzoek heeft voor de orthopedagogiek een consequentie, namelijk het werken in de handelingsvisie en het opgeven van de positivistische gedragsvisie. "Door dialectisch en dialogisch de ander te benaderen geef je toch bij voorbaat elk positivisme op, aldus Van Gennep [*121].

116 
Heinze 1975 p 24 e.v.; Moser 1978 p 12 e.v.; Imelman & Meijer 1985 p 30 en 40. 

117 
Kok 1984 p 58 en 62 e.v.; Doets 1981 p 48.

118 
Imelman 1980 p 16 en 20; Baartman 1986 p 58.

119 
Spiecker 1974 h 3; Beugelsdijk 1982 p 582; Rispens & Bosman 1985; De Ruyter & Baartman 1985; Baartman 1986, met een reeks verwijzingen in noot 1, p 72.

120 
O.a. door Langeveld 1971 p 163; Bijl & Levering 1983 p 70; Imelman & Rispens 1983 p 167; Imelman 1978b.

121 
v Weelden (& v Gennep) 1982 p 111; reeds Van Strien 1966 doet dit. 
Haeberlin 1975 p 665 e.v.; v Gennep 1980 p 92; 1982; Rispens & Bosman 1985; Imelman & Meijer 1985 p 45.

Het leek de moeite waard om de methode van handelingsonderzoek eens uit te proberen om een praktisch orthopedagogisch probleem op te lossen: het omgaan met botsingen en conflicten in de dagelijkse leefsituatie door groepsleiders in tehuizen. Dat is in dit onderzoek gebeurd. Hoe dit onderzoek is opgezet en uitgevoerd valt in de komende hoofdstukken te lezen. Wat het aan produkt heeft opgeleverd volgt in hoofdstuk XI.

 

Vorige Start Omhoog Volgende