Start Omhoog     [< naar de leestafel Vak]
[Naar de Schrijftafel Vak]

Agressie bij jongens is bij meisjes angst

Hoe help je delinquente jongeren?  

Door Jannetje Koelewijn in NRC 24 juli 2023

Citaten uit dit artikel... met kort commentaar en een toevoeging: Er is een factor bijgekomen die niet is aangeboren, maar die maatschappelijk wordt aangereikt, of zeg maar: wordt opgedrongen, .... door Frans Gieles

Interview met Lucres Nauta, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie

„De ene jongere heeft een grotere aangeboren biologische kwetsbaarheid dan de andere.”

"Eigenlijk ken ik geen jongens die alleen maar agressieve rotzakken zijn."

‘Agressieve jongens en angstige meisjes lijken biologisch op elkaar’, zegt hoogleraar Lucres Nauta

[...] Ze studeerde biomedische wetenschappen en toen ze daarna promotieonderzoek deed naar autisme, in het UMC Utrecht, zag ze hoe pervasief die stoornis was, hoe alles doordringend, niet alleen in de sociale vaardigheden van de kinderen die ze onderzocht, maar ook in hun motoriek, hun gevoelens, hun fantasie, hun begrip van de wereld om hen heen. En dat zou allemaal komen door hun moeders, die geen contact met hen konden maken? Het ging er bij haar niet in. [...]

Kort commentaar:
Dit klopt. We zien hier een typische redeneerfout van statistisch onderzoek. Er bleek samenhang tussen autisme en 'kille moeders', maar samenhang is nog geen causale samenhang. De conclusie dat 'kille moeders' autisme zouden veroorzaken, oproepen dus, bleek onjuist. Eerst is er autisme (aangeboren), dit maakt het de ouders dan moeilijk om hecht contact met hun kind op te bouwen. Het kan wel, maar vaak veel later, want autistische kinderen ontwikkelen zich anders dan niet-autistische kinderen. Autistische kinderen zijn doorgaans eerst geinteresseerd in dingen, apparaten bijvoorbeeld, en pas later in mensen en dus sociale contcten. - FG.
Sinds januari van dit jaar is Lucres Nauta hoogleraar translationele forensische kinder- en jeugdpsychiatrie [*] ...
[* Dit betekent dat zowel de sociale als de psychologische als de biologische factoren in ogenschouw worden genomen en met elkaar in erbnad worden gebracht - FG]
[...] Psychiaters en onderzoekers zien delinquent gedrag – stelen, vernielen, liegen en bedriegen, geweld plegen – nu als het resultaat van sociale én psychologische én biologische factoren. Maar die biologische factoren, zei Lucres Nauta eind juni in haar oratie bij de aanvaarding van haar leerstoel, worden in de behandeling nog te weinig meegenomen. En dan bedoelt ze de hersenontwikkeling van delinquente jongeren en hun stress- en emotieregulatie. [...]

„We willen voor iedere jongere uitzoeken wat hun biopsychosociale profiel is, zoals wij het noemen, en dan kijken wat ze nodig hebben.

  • De ene jongere heeft meer dat koelbloedige, een lagere hartslag bij gevaar, minder cortisol in het bloed, geneigd om spanning en sensatie te zoeken. Die hoef je geen training te geven om te relaxen, want dat kan hij wel. Je kunt hem beter leren om meer gevoel toe te laten.
  • Iemand anders kan door een minder goed functionerende prefrontale cortex minder goed plannen en zijn impulsen beheersen. Hij overziet de gevolgen van zijn gedrag niet, en dan zet je in op cognitieve gedragstherapie.
  • - En bij weer iemand anders is door trauma in de jeugd – geweld, misbruik, verwaarlozing – het stresssysteem gedownsized, wat op zichzelf een goede overlevingsstrategie is, maar later kun je er wel problemen door krijgen. Bij hem begin je met de verwerking van dat trauma.”
[...] „ ... Biologie en omgeving werken voortdurend op elkaar in. Vroeger dachten we: als het biologisch is, ligt het vast en ben je gedoemd, onveranderbaar. Dat is niet zo, dat hebben we de afgelopen jaren geleerd. De hersenen passen zich voortdurend aan de omgeving aan, dus is er ruimte om te beïnvloeden. We weten nu ook dat de biologie alleen relevant is in de complexe context van psychologie en omgeving. Maar de ene jongere heeft wel een grotere aangeboren biologische kwetsbaarheid dan de andere. Bij jongeren die serieus ernstige dingen doen en daarin persisteren zie je dat de gedragsproblemen vaak al voor hun twaalfde beginnen.”

Bedoel je met jongeren vooral jongens?
„Ook meiden, al zie je die wel minder in de forensische psychiatrie. En bij hen zie je vaak een ander soort agressie, meer in de relationele sfeer en vaak verborgen, stiekem. Maar dat zou cultureel bepaald kunnen zijn.”
[...]
„ ... Bij meisjes wordt meer angst en depressie gezien, je ziet ze vaker in de gesloten jeugdzorg. Jongens zitten vaker in een justitiële jeugdinrichting. Dat zou weleens maatschappelijk bepaald kunnen zijn. Jongens vinden we eerder rotzakken en meisjes eerder zielig. [...] We zien minder gedragsstoornissen bij meisjes, misschien omdat we er bij hen minder goed naar kijken. En als ze een stoornis hebben is die wel ernstiger.”

En ze hebben, zei een collega van je eerder in NRC, bijna altijd een trauma.
„De jongens ook, hoor. Die hebben eigenlijk ook altijd een trauma. Ze komen ook uit gezinnen met verwaarlozing en huiselijk geweld. Veel armoede, slechte buurten.”

Wordt bij hen misschien de angst en de depressie gemist?
„Ik denk dat die heel vaak onder hun agressie zit. Eigenlijk ken ik geen jongens die alleen maar agressieve rotzakken zijn. [...]”
[...]
We hebben een studie gedaan bij jongeren van twaalf tot achttien binnen de algemene populatie, waarbij we keken naar de stressresponsiviteit, hoe hun lichaam dus reageert op gevaar, en we zagen dat de jongeren met minder stressresponsiviteit vaker delinquent gedrag vertonen. Vervolgens hebben we hun vrienden onderzocht en die bleken ook vaker delinquent gedrag te vertonen. Ze zoeken elkaar op en versterken elkaars gedrag.”

Geholpen door drinken en blowen?
„Daar kun je de stressreactie flink mee dempen. Met blowen zeker.” [*]

[* Uitleg: doordat de stressreactie gedempt wordt, voelen ze minder stress, en gaan ze dus ongehinderd door stress gewoon hun (delinquente) gang - FG]
Wat doe je met hen?
„Hard straffen helpt niet, bij niet één delinquente jongere, dus ook niet bij die jongens uit ‘goede’ gezinnen. Boetes geven heeft ook weinig zin, die worden toch door de ouders betaald. Het klinkt soft, maar wat het beste werkt is herstelgericht straffen, en de omgeving daarbij betrekken. Leren van wat je hebt gedaan. Inzicht krijgen in waar je gedrag vandaan komt, sociaal, psychologisch en biologisch. En taakstraffen geven. Politiek liggen die gevoelig, maar ze kunnen heel effectief zijn.”

Een toevoeging:

Er is een factor bijgekomen...

... die niet is aangeboren, maar die maatschappelijk wordt aangereikt, of zeg maar: wordt opgedrongen, die de mentale ontwikkeling, dus ook de concentratie en de zelfbeheersing, beduidend hindert, namelijk het overmatig kijken op hun mobieltjes en andere schermen, dus een overvloed aan vaak niet relevante informatie die verwerkt zou moeten worden, maar die zich alleen maar hinderlijk opstapelt en de werking van het brein belemmert. De kranten en andere media staan er tegenwoordig (2023) vol van.

Onlangs heeft de regering het dringende advies gegeven om op scholen de mobieltjes te verbieden. Scholen die dit gedaan hebben zien tot hun verbazing dat de kinderen luisteren en kijken naar de leraar en de leerstof, en dat ze in de pauzes met elkaar echt praten en spelen.

Van ouders hoor ik tgegenwoordig vaak de klacht dat hun kinderen juist door het te lang op een schermpje zitten, op hun kamer maar ook in de huiskamer, steeds meer onbereikbaar worden.

Ik: En, hoe was het weekend (met hun nog jonge tiener)?
De ouders: "Zondag: zeventien uur [!] op de bank met die schermen, mobiel en laptop ... tot niets anders te bewegen ... geen contact mee te krijgen ..."

Gezinshuisouders:
Ik: "Dat is dan een volle huiskamer ... ben je maar druk mee ..." Zij: "Nou ze zitten bijna de hele dag in de game-kamer hoor ..."
Ik reis veel. In de trein zie ik nu vrijwel standaard de ouders aan hun mobiel zitten zonder enig contact met hun kinderen, al dan niet ook met een mobieltje. Een creatieve vader deed het anders: "Zoek eens op je mobiel op wat het volgende station is? En welke rivieren we oversteken? En hoe laat we in Breda zijn?" De kinderen: "Ja, leuk!" De vader: "En, lukt het al?"
Contact.
Mijn pleegzoon voetbalde destijds virtueel op de pc in mijn huiskamer.
Hij: "Ik zet de hond in als keeper hoor! En jou als spits!
Ik: "Nou, zo hard kan ik niet meer lopen hoor, maak mij maar back, dat vind ik ook gezelliger, bij de hond."
Hij: "OK, en nou mijzelf als midvoor!" En spelen maar!
Hij: "Ik ben nu ook de verslaggever hoor! Luister maar!"
Contact!
Dit werpt de vraag op in hoeverre ook de ouders en andere verzorgers, bijvoorbeeld in de (gezins)huizen, schermtijd-afspraken zouden moeten maken. Je zet je kinderen toch ook niet een fles whisky per dag voor de neus en geeft ze ook geen tien ijsjes per dag, hoe graag ze dit ook zouden willen. Bij opvoeden hoort op de eerste plaats het leggen van goed en hecht contact, het voldoen aan de essentiele behoeften, maar ook het leggen en handhaven van grenzen, juist ook ter wille van dat contact.

Beste (pleeg-, stief-, gezinshuis-)ouders, geef ook zelf het goede voorbeeld .... of zitten de (gezinshuis-)ouders, de groepsleiders, de sociaal therapeuten, de verplegers zelf het grootste deel van hun tijd in het kantoortje te typen ....?
Frans Gieles

Start Omhoog     [< naar de leestafel Vak]
[Naar de schrijftafel Vak]