Start Schrijftafel Kind Leestafel Kind

Plaats de muis op de knoppen hierboven

Haastige spoed doet onderzoek geen goed

Commentaar op: Gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd; een meta-review; M. H. Nagtegaal, WODC 2012

Dr Frans E J Gieles,
sociaal, klinisch en forensisch orthopedagoog
Maart 2020

Het onderhavige onderzoek

Een beperkt meta-review

Dit rapport van het WODC is geen zelf verricht nieuw onderzoek, maar een beperkt overzicht van een beperkt deel van de literatuur. Een review is een overzicht van onderzoeksrapporten, een bespreking of recensie hiervan, meestal van meerdere onderzoeksrapporten. Een meta-review is dus een overzicht van die overzichten. Een meta-analyse is ‘een analyse van analyses’ ofwel ‘een onderzoek van onderzoeksrapporten’.

Markant is de korte tijd waarin dit rapport geschreven moest worden: drie maanden: december 2011 en januari en februari 2012. Dit was op verzoek van de minister, omdat de civiele rechtszaak tegen de vereniging Martijn al aangespannen was en dus kort hierna behandeld zou worden.

Vanwege tijdsgebrek zijn er keuzen gemaakt welke reviews en meta-analyses men zou onderzoeken: die tussen januari 2000 en december 2011 gepubliceerd zijn. Hieruit is op grond van inhoudelijke en kwaliteitscriteria een selectie gemaakt van 27 reviews of meta-analyses. Zowel de reviews als de meta-analyses bespraken meerdere onderzoeken, 547 in dit geval, in totaal over duizenden personen. In de 27 onderzochte onderzoeken werden in totaal 35 typen problemen gerapporteerd die voorkwamen na “seksueel misbruik in de kindertijd” ofwel SMK. Cruciaal zijn dan: de vraagstelling en de definitie van SMK.

De vraagstelling

"1. Worden er problemen gerapporteerd door personen die seksueel misbruikt zijn in de kindertijd door volwassenen?
2. Indien er problemen worden gerapporteerd, welke problemen worden door slachtoffers van seksueel kindermisbruik door volwassenen gerapporteerd?
3. Indien er problemen worden gerapporteerd, onder welke omstandigheden zijn de gerapporteerde problemen voor slachtoffers van seksueel kindermisbruik door volwassenen in meer of mindere mate aanwezig?” (blz 11)

De definitie

“… seksueel misbruik van kinderen … [is] seksuele activiteit tussen een volwassene (18 jaar of ouder) en een minderjarige (jonger dan 18 jaar) die (per 2 definitie) niet geheel begrijpt, niet in staat is of niet bij machte is aan te geven dat deze activiteit niet gewenst is.” (blz 11
Er zijn in de besproken onderzoeken zowel brede als smalle definities aangetroffen; dit is steeds netjes vermeld. De keuze van de auteur is: breed.

De onderzochte personen

Van belang is of deze personen, in feite steekproeven, gekozen zijn uit de bevolking als geheel, of uit personen die, al dan niet in een kliniek, in behandeling zijn of in de gevangenis zitten. Beide komen voor in de besproken onderzoeken en dit wordt steeds netjes vermeld.

“In de meeste reviews en meta-analyses
  • werd een mix van studies naar groepen deelnemers van verschillende herkomst opgenomen, zoals personen onder behandeling in de klinische praktijk, groepen studenten en personen uit de algemene populatie (16 van de 21 reviews);
  • werden groepen deelnemers die onder klinische behandeling waren het vaakst onderzocht (34,0% van alle groepen deelnemers); …” (Blz 64)
Duidelijk is dat men niet vanuit een klinische of forensische steekproef conclusies mag trekken over de gehele populatie.

Causaliteit

De auteur bespreekt vooraf dat bij problemen na het misbruik de vraag naar de causaliteit aan de orde is: is het misbruik ook de oorzaak van de problemen? Hij/zij noemt dan de voorwaarden om zoiets te mogen concluderen, waarna hij/zij zelf concludeert dat vrijwel geen enkel onderzoek (om ethische redenen) kan voldoen aan die voorwaarden, dus dat er wel geconcludeerd mag worden dat verschijnsel A (SMK) (vaak) gepaard gaat met verschijnsel B (problemen), maar niet dat A ook de oorzaak is van B (Blz. 17), maar (op blz. 63 bij de Conclusies):

“… [er] zijn wel sterke aanwijzingen te vinden over de relatie tussen SKM en de gerapporteerde problemen.”

De sterkte van de (cor)relaties

De mate waarin verschijnsel A gepaard gaat met verschijnsel B, ofwel de sterkte van de correlatie, varieert per onderzoek. Dit kan lopen van “vrijwel geen” tot “zeer sterk”.

In een meta-analyse gebeurt er meer. De in verschillende onderzoeken gevonden, dus uiteenlopende correlatiecoëfficiënten (een getal dat de mate van correlatie aangeeft), worden herberekend tot één getal, berekend vanuit wat men noemt “het gewogen gemiddelde”. Dit laatste betekent dat men een gevonden correlatie in een onderzoek naar pakweg 1000 personen een hogere waarde toekent dan die aan een onderzoek met pakweg 12 personen. Het resultaat daarvan is een Effect Size (ES of OWES = Overall Weighted Effect Size) ofwel “effectgrootte/-omvang”. De gevonden cijfers dienaangaande worden in het onderzoek steeds netjes vermeld.

Commentaar

De literatuur

Er is op zich niets tegen om een literatuuroverzicht te maken, handig voor studenten, evenmin om zich hierbij te beperken en gewoon te vertellen wat er in die literatuur zoal staat. In dit geval: voor studenten nadat deze eerst met de literatuur vóór het jaar 2000 hebben kennis gemaakt. De keuze van dit jaartal, een pragmatische en als willekeurig ogend jaartal, is een ernstige beperking van dit rapport, een te ernstige beperking, vind ik dan. Hierdoor vallen bijvoorbeeld de uitgebreide onderzoeken van Bruce Rind en zijn team tussen 1990 en 2000 [*] geheel buiten beschouwing; die van na 2000 zijn in het geheel niet vermeld.

[* zie < https://www.ipce.info/ipceweb/Library/rbt_files.htm >.]
Laat nu net deze serie onderzoeken aantonen dat er ook seksuele ervaringen in de kindertijd zijn die geen problematische gevolgen hebben gehad en dat die dus geen “seksueel misbruik in de kindertijd, desgewenst “SMK”, dan wel Childhood Sexual Abuse, CSA” mogen worden genoemd, maar beter, neutraler, kunnen worden aangeduid als “seksuele ervaringen in de kindertijd”, desgewenst “SEK” of Childhood Sexual Experinces alias CSE.

De vraagstelling

Deze is markant beperkend: “Worden er problemen gerapporteerd ….?” Ja, die worden gerapporteerd.

Hier ontbreekt de vraag: ‘Worden er ook wel eens geen problemen gerapporteerd …?’ In vraag 3 staat: “…in meer of mindere mate aanwezig?” Ja, ook dit is het geval. Er staat niet ‘…in meer of mindere mate aanwezig [of afwezig]?” Ook dit laatste komt voor, maar daarover geen woord in het onderhavige rapport. Dit belangrijke feit raakt volledig uit beeld.

Het is een gesloten vraagstelling. Deze vraagstelling lijkt op ‘Is er sprake van domheid van de hedendaagse studenten?’, of ‘Is er sprake van schade voor kinderen na het zien van YouTube filmpjes?’ Deze vragen kan men door onderzoek beantwoorden – het antwoord zal zijn: ‘Ja, daar is sprake van’ - maar men dient zich dan ook wel af te vragen of er ook slimme studenten en niet-schadelijke filmpjes zijn. Die zijn er ook, dus dient men deze vraag met deze feiten te beantwoorden, maar men moet zo’n vraag dan ook stellen: als open vraag. Een vraagstelling mag gesloten zijn, maar dan dient men op zijn minst in een paragraaf ‘Beschouwing’ aan het einde van het rapport te vermelden dat er ook gerapporteerd werd dat er geen problemen waren.

De definitie

Ook deze is markant beperkend. Zie nog eens:

“… seksueel misbruik van kinderen … [is] seksuele activiteit tussen een volwassene (18 jaar of ouder) en een minderjarige (jonger dan 18 jaar) die (per definitie) niet geheel begrijpt, niet in staat is of niet bij machte is aan te geven dat deze activiteit niet gewenst is.” (blz 11)
Deze definitie kan op twee manieren gelezen worden:
  • (1) “… seksueel misbruik … [is] [een] seksuele activiteit tussen een volwassene (18 jaar of ouder) en een minderjarige (jonger dan 18 jaar) [indien en alleen indien] die (per definitie [op diens of haar leeftijd]) niet geheel begrijpt, [en indien en alleen indien deze] niet in staat is of niet bij machte is aan te geven dat deze activiteit niet gewenst is [indien en alleen indien dit laatste het geval was].” (blz 11)
  • (2) “… seksueel misbruik … [is] [elke] seksuele activiteit tussen een volwassene (18 jaar of ouder) en een minderjarige (jonger dan 18 jaar) die (per definitie) niet geheel begrijpt, niet in staat is [dit te begrijpen] of niet bij machte is aan te geven dat deze activiteit [per definitie] niet gewenst is.” (blz 11)

In de interpretatie (1) wordt gewenst en begrepen seksuele activiteit (a) onderscheiden van ongewenste en onbegrepen seksuele activiteit (b). Variant (a) is dan geen misbruik, (b) is dan wel misbruik. Onderzoek je (b), meld dan ook even dat (a) ook bestaat.

In de interpretatie (1) wordt gewenst en begrepen seksuele activiteit (a) onderscheiden van ongewenste en onbegrepen seksuele activiteit (b). Variant (a) is dan geen misbruik, (b) is dan wel misbruik. Onderzoek je (b), meld dan ook even dat (a) ook bestaat.

In interpretatie (2) is elke seksuele activiteit … … per definitie onbegrepen en ongewenst, dus per definitie misbruik. Variant (a) bestaat dan niet, kan per definitie niet bestaan en hoeft dus ook niet onderzocht en vermeld te worden. Kennelijk is interpretatie (2) hier bedoeld.>In interpretatie (2) is elke seksuele activiteit … … per definitie onbegrepen en ongewenst, dus per definitie misbruik. Variant (a) bestaat dan niet, kan per definitie niet bestaan en hoeft dus ook niet onderzocht en vermeld te worden. Kennelijk is interpretatie (2) hier bedoeld.

Intussen bestaat variant (a) wel; het komt eenvoudigweg voor, tegenwoordig zeker onder tieners. Dit is dan geen wetenschappelijk correcte definitie waarmee je de realiteit kunt onderzoeken, maar een moreel oordeel vooraf: elke seksuele activiteit is per definitie misbruik. De vraag of er ook gewenste contacten zijn, wordt niet gesteld, want vooraf onmogelijk geacht.

Er wordt hier gedefinieerd wat “seksueel misbruik van kinderen” is. Per definitie: van minderjarigen onder de 18 jaar. Is iemand van 16 of 17 jaar nog een kind? Is er dan per definitie sprake van Seksueel Misbruik van kinderen, alias SMK? De volwassenen: per definitie boven de 18 jaar. Dus elk seksueel contact tussen iemand van 16 of 17 en iemand van 18 of 19 jaar is dan per definitie “Seksueel misbruik in de kindertijd, alias SMK”.
Met deze definitie vinden er heden ten dage dan wel heel veel SMK gevallen plaats.

Zijn alle seksuele ervaringen in deze leeftijden dan per definitie meteen ook seksueel misbruik? De huidige jongeren beleven dit vast wel anders. Er vinden – en er vonden - overduidelijk (ook) gewenste en als positief beleefde seksuele contacten plaats tussen tieners. [*]

[* Vgl.: Malón, Agustín; The ‘‘Participating Victim’’ in the Study of Erotic Experiences Between Children and Adults: An Historical Analysis; Archives of Sexual Behavior, 2009. < https://www.ipce.info/library/journal-article/participating-victim-article >.
Malón ontbreekt geheel in de literatuurlijst.

Dit brengt ons naar de gebruikte onderzoeksmethodiek.

De onderzoeksmethodiek

Er is een keuze gemaakt voor reviews en meta-analyses in een beperkte periode. Men heeft dus de oorspronkelijke onderzoeksrapporten niet gelezen. Nu was dit ook onmogelijk in een tijdsbestek van drie maanden; het was een pragmatische keuze, voortkomend uit de opdracht vanuit de politiek. Goed, men mag zo’n keuze maken. We kunnen dan stellen dat het onderhavige onderzoek correct is binnen de gegeven opdracht en vraagstelling.

Zowel het tijdsbestek als de vraagstelling zijn echter te beperkt, waarna de keuze voor de methodiek dubbel beperkt werd: het jaartal 2000, maar ook de keuze voor reviews en meta-analyses. Dit type onderzoek werkt met statistiek, dus met grote aantallen, en blijft getalsmatig ofwel kwantitatief. Wat dan verloren gaat is het hele kwalitatieve onderzoek, dat met kleinere aantallen werkt, maar inhoudelijk veel meer rijkdom aan gegevens oplevert, iets dat juist bij gevoelig liggende en emotionerende onderwerpen van belang is.

Door de keuze voor het jaartal 2000 vallen Rind c.s. buiten het onderzoek; door de tweede keuze vallen auteurs als Malón buiten de boot, want Malón schrijft geen review of een meta-analyse. Binnen de vraagstelling en methode is dit correct, maar de vraagstelling, de definitie en de gekozen methode zijn te beperkt, waardoor inhoudelijk belangrijke gegevens en overwegingen in dit onderzoek onzichtbaar blijven.

Er is nog een gevolg van de keuze voor grootschalig kwantitatief onderzoek. Als er geen problemen gerapporteerd zijn, valt er weinig aan te geven, weinig te behandelen, weinig te onderzoeken en te rapporteren, behalve dan dit feit. In grootschalig en kwantitatief onderzoek zijn er genoeg problemen vermeld, omdat zulk onderzoek nu juist gestart wordt als er problemen worden gemeld. Zijn er problemen gemeld? Ja, zelfs 35 typen problemen. Is er geen probleem, dan start men geen onderzoek. Toch dient men ook dit feit te vermelden, wil men een correct beeld hebben van het te onderzoeken veld.

De mate van problematiek

Er is zeker sprake van problematiek na seksuele ervaringen in de kindertijd: het komt gewoon vaak voor. Hoe vaak wel? Hoe vaak niet? De laatste vraag ontbreekt in het onderhavige onderzoek.

Juist hierover hebben de hier in het geheel niet besproken Rind c.s. ons iets te zeggen. Zij onderzochten o.a. hoe vaak er achteraf sprake was van schade. De percentages hiervan verschillen in de diversiteit van onderzoeken die zij aan een meta-analyse onderwerpen. In hun lezing te Rotterdam gaven zij wel cijfers op grond van eerder onderzoek.

  • Blijvende schade: bij mannen 4%, bij vrouwen 13%.
  • Tijdelijke schade: bij mannen 33%, bij vrouwen 51%.
Tellen we dan ‘tijdelijk’ en ‘blijvend’ op – schade is schade – dan komen we op 37% bij mannen en 64% bij vrouwen. Veel, te veel, maar geen 100%, dus niet per definitie.

Zij onderzochten ook de beleving achteraf. Hierover rapporteren zij, hier gemakshalve in voor het geheugen afgeronde getallen weergegeven, dat deze beleving achteraf

  • bij jongens voor een derde positief is, voor een derde neutraal en voor een derde negatief;
  • bij meisjes voor een zesde positief, voor een zesde neutraal, en voor twee derde negatief.

Deze cijfers komen nagenoeg overeen met de hierboven vermelde cijfers over schade: bij mannen ruwweg een derde, bij vrouwen ruwweg twee derde.

Er bestaan dus ook Positive memories [*], in het onderzoek niet vermeld, naast de negative memories, in het onderzoek uitvoerig vermeld.

[* T. Rivas: Positive Memories; 4th Edition op
< /rivas/positive_memories.htm >en zie ook< https:/ > en zie ook
< https://www.ipce.info/ipceweb/Library/99015_research.htm >.

Dit onderzoek is in het WODC onderzoek niet vermeld omdat het geen review of meta-analyse is (dus buiten de methodiek valt), en omdat het buiten de gekozen vraagstelling en definitie valt. Dit is dus binnen de gekozen vraagstelling, definitie en methodiek correct, maar de vraagstelling, de definitie en de methodiek is te beperkt, omdat juist dit type belangrijke gegevens er vooraf al uitgefilterd is. Op zich mag dit wel, maar men dient dan, op zijn minst in een Beschouwing of Slotwoord, toch wel te vermelden dat er ook andere gegevens zijn die voor het onderzochte veld ook van belang zijn.

Hierover wil ik nog iets opmerken
‘Positief / neutraal / negatief’: de gebruikelijke indeling van belevingen. Er is echter nog een beleving die zelden vermeld is, en dus in de overzichten vrijwel niet vermeld wordt, namelijk: ambivalent: enerzijds positief, anderzijds toch ook negatief.
Dit is een veel voorkomende menselijke beleving, juist ook bij kinderen: ‘Mamma is (op Moederdag) de allerliefste’ – maar in de beleving van kinderen toch vaak genoeg ook een kreng, al zeggen zij dit niet, of verdringen zij het soms. Gustav Jung vermeldt in zijn autobiografie dat de droom “De moeder als heks” een klassieker is.

Juist deze ambivalentie in de beleving achteraf is, indien aanwezig, een belangrijk gegeven, op zijn minst voor de hulpverlening bij het verwerken van de genoemde ervaringen. In de wetenschappelijke literatuur ontbreekt dit begrip vrijwel volledig, al zeker in de kwantitatieve onderzoeken die met statistiek, dus met grote aantallen werken. In de kwalitatieve methodiek – en in de autobiografische roman literatuur – is hier meer ruimte voor; hopelijk ook in de klinische praktijk.

De effectgrootte/-omvang

Hiermee is iets merkwaardigs aan de hand. Hoewel men alom erkent dat pas tot causaliteit geconcludeerd mag worden als er aan een aantal strenge voorwaarden is voldaan, komt men in meta-analyses toch altijd tot wat men noemt een effectomvang, welke term toch causaliteit suggereert. Deze gewoonte is zo algemeen, dat men er bij het bespreken van meta-analyses niet meer onderuit kan.

Hier is nu meer aan de hand.
In het hier geheel verzwegen onderzoek van Rind cs (1998) wordt geconcludeerd dat de effectomvang van de factor ‘gezinsomstandigheden’ (lees: problematische gezinsomstandigheden) tien maal zo zwaar weegt als de effectomvang van de factor ‘seksuele ervaring’, afgerond voor het geheugen ruwweg respectievelijk 10% en 1%. [*]

[* Rind, B., Tromovitch, Ph. & Bauserman, R., A Meta-Analytic Examination of Assumed Properties of Child Sexual Abuse Using College Samples, in: Psychological Bulletin 1998, Vol 124, No 1, pp 22-53.
< https://www.ipce.info/library_3/rbt/metaana.htm >]

Dit betekent toch dat, waar men causaliteit toch wel waarschijnlijk vindt, bij problemen na seksuele ervaringen in de kindertijd eerst moet erkennen dat die problemen er terdege wel kunnen zijn, dus dat men eens goed moet kijken naar die seksuele ervaringen zelf, maar dat men toch ook goed moet gaan kijken naar o.a. de gezinsomstandigheden, en ook naar de mate van (on)gewenstheid van de seksuele ervaring dient te vragen.

De vraag naar een eventuele instemming van het kind wordt overschaduwd door de vraag of een kind hier wel toe in staat is, of het wel weet waaraan het begint, de vraag of informed consent wel mogelijk is, en op of vanaf welke leeftijd dan. Deze vragen moet men zich op zijn minst stellen, hoe moeilijk ze ook te onderzoeken en te beantwoorden zijn. In het onderhavige onderzoek wordt de vraag niet gesteld. Er wordt per definitie gesteld dat het kind dit niet (geheel) kan begrijpen en dat de genoemde ervaringen ongewenst zijn.

Een kind kan vast nog niet alles weten of begrijpen, wellicht ook nog te jong zijn om tot die instemming te beslissen, iets wensen kan een kind wel en hier kun je naar vragen. Wat de volwassene daarna dan (niet) doet, (niet) mag doen, dit brengt ons bij de ethiek en bij de wetgeving. De wetgeving laat ik aan de politici en de juristen over, ethiek wordt ook in de literatuur besproken en ook deze literatuur zou dus vermeld mogen of moeten worden. Het gaat in dit onderzoeksveld immers niet alleen over de feiten, ook over de moraal/ethiek; klassiek gezegd: niet allen over sein, ook over sollen dient gesproken te worden.

Ethiek

Juist de in het onderhavige onderzoek niet vermelde Augustín Malón heeft hier iets over te zeggen. Kort gezegd laat hij zien dat je ethiek in soorten en maten hebt, en dat het ene type ethiek tot andere conclusies zal leiden dan het andere type ethiek. Kort gezegd signaleert hij een liberal sexual morality en een virtuous sexual morality, een liberale ethiek en een deugden ethiek. De eerste zegt vooral wat er mag, de tweede vooral wat er niet mag. Duidelijk zij dat beide typen tot andere conclusies komen.

[*Malón, Agustín; Adult–Child Sex and the Limits of Liberal Sexual Morality; Archives of Sexual Behavior, 2015 - 44 - Febr.
< https://www.ipce.info/library/journal-article/adult-child-sex-and-limits > en
Malón, Augustin; Adult-Child Sex and the Demands of Virtuous Sexual Morality; Sexuality & Culture; 21(1), 247-269
< https://www.ipce.info/library/journal-article/adult-child-sex-and-demands-of-virtuous-sexual-morality >]
Recent is ook: Moen, Ole Martin: Etikk i praksis. Nordic Journal of Applied Ethics (2015), 9 (1), 111–124 - The ethics of pedophilia - University of Oslo:
“In dit artikel betoog ik dat pedofilie alleen slecht is omdat, en alleen in hoeverre het kinderen beschadigt, en dat pedofilie op zich, alsook haar uitingen en handelingen die kinderen niet beschadigen moreel correct is. Voorts betoog ik dat het enige doel van sociale en wettelijke omgang met pedofilie zou moeten zijn: schade te beperken – en dat de gangbare praktijk in deze in dit opzicht contraproductief werkt.” [*]
[* < https://www.ipce.info/library/journal-article/ethics-pedophilia > en
< http://www.jorisoost.nl/lees/ethiek/pedofilie_en_ethiek.html >]
Voor het kind geldt: ‘wensen mag’, maar ‘over wat je mag doen heb ik ook iets te zeggen’. Voor de volwassene mag gelden: voelen en wensen mag (pedofilie); daden (pedoseksualiteit) kunnen schade opleveren, dus trek je conclusies. Mijn conclusie is al sinds voor 1997: neem dit risico dus niet. [*]
[*"Ik wist er geen raad mee" - Jongeren spreken achteraf over vrijwillig aangegane sexuele contacten met volwassenen - Door Frans Gieles In:
NVSH LwgJORis Nieuwsbrief nr 45, april 1997 < https://www.human-being.nl/Bibliotheek/IKWIST.html >

Conclusie

Het hier besproken onderzoek is in zoverre correct dat iedereen een literatuuroverzicht mag geven en zich hierbij ook mag beperken.
Dit onderzoek geeft op vele punten correct weer wat het weer moet geven: het type steekproef (klinisch of algemeen), de methodiek, de uiteenlopende resultaten, de cruciale cijfers (effect omvang), de conclusies en meer. Binnen de gekozen vraagstelling, definitie en methodiek is dit onderzoek correct. Er zijn echter ook beperkingen en die zijn ernstig – te ernstig, vind ik.

Het beginjaartal 2000 is een zeer ongelukkige keuze, omdat er belangrijk onderzoek van voordien niet aan bod komt. De selectie die daarna gepresenteerd wordt is ook eenzijdig. Ik mis kwalitatief onderzoek, ik mis ethiek, ik mis Malón en anderen.

Nog ongelukkiger is de vraagstelling en de cruciale definitie waar het om gaat. De vraagstelling laat essentiële vragen onbesproken en de definitie heeft meer weg van een moreel oordeel vooraf dan van een objectief-neutrale omschrijving.
Deze beperkingen komen voort uit een andere beperking: het is in feite een in haast geschreven ambtelijk stuk in opdracht van de politiek omdat er een rechtszaak aan komt die de minister graag wil winnen.

Dit maakt de kwestie politiek en juridisch. De vraag is uiteindelijk niet ‘zijn seksuele ervaringen mogelijk schadelijk voor kinderen, en zo ja: welke schade?’ Dit is een vraag voor de wetenschap, niet voor de rechtszaal. Over wat wel en niet mag, spreke – en sprak – de wetgever zich uit. Voor toetsing hiervan is de rechtszaal.

Hier draaide de rechtszaak in 2012 ook niet om, en hier draait de te verwachten rechtszaak over de PNVD, verdacht van een heroprichting van de verboden Vereniging Martijn onder een andere naam, ook niet om. Deze draait om de vraag wat je in het huidige Nederland, anno 2020, nu wel en niet mag zeggen. Dit is een vraag voor de politiek, voor de wetgever pas daarna voor de rechtszaal. De huidige wetgeving verbiedt wel bepaalde seksuele handelingen, maar de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting verbiedt niet de mening te uiten dat je de wetgeving graag veranderd zou zien, bijvoorbeeld sneller rijdende auto’s of meer stikstof, in dit geval bijvoorbeeld een terugkeer van het klachtvereiste (alleen vervolging na een klacht voor een bepaalde leeftijdsgroep). Het mogen uiten van die mening is niet ‘maatschappelijk ontwrichtend’, het is funderend voor onze democratische orde en rechtsstaat.

Plaats de muis op de knoppen hieronder

Start Schrijftafel Kind Leestafel Kind