Vorige Start Omhoog Volgende

Wat gebeurt er na de dood? - 3 -

Frans Gieles - Uitwerking van een voordracht in kerkelijk verband naar aanleiding van Allerzielen 2013

Nieuw Dodenboek

Kreeg ik vorig jaar een dik boek over het boeddhisme met mijn verjaardag van mijn dochter cadeau, gevolgd door mijn aanschaf van het Tibetaanse Dodenboek - zie deel 2, nu was het Egyptische Dodenboek mijn cadeau. Op dus naar het oude Egypte. Maar voordien maken we een snelle reis. We gaan nog even terug naar het boeddhisme, wippen dan even aan bij de islam en het oude Griekenland, om dan over te steken naar het oude Egypte. 

Dharma Raja en Yama

In het Tibetaanse Dodenboek van W.Y. Evans-Wentz, Ankh-Hermes, Deventer 1999, treffen we de volgende plaat aan:

De zwarte figuur in het midden is Dharma Raja, de rechter der doden. Omhoog gaat het pad naar 'de hemel', omlaag zien we de poorten van de hel. Voor de rechter zien we een weegschaal, hieronder in detail.

De figuur in het midden is Yama in de gedaante van een aap. Links in de weegschaal zien we witte steentjes, rechts zwarte steentjes, er in geworpen door een witte en een zwarte gestalte: de goede en slechte daden van de mens. Iets naar links zien we op de gehele afbeelding een verdediger met schrijfgerei en een getuige met een spiegel waarin het karma te zien is. In deze spiegel ziet de mens dus zichzelf. Bij de dood treedt, aldus het boeddhisme, het heldere bewustzijn naar voren. 
Rechts zien we de aanklagers met zwaard, strik en zweep. 

Gaat alles goed, dan kan de ziel omhoog. Hij kan helemaal naar de top: het nirwana; naar wens kan hij ook in het middengebied blijven. Hij is dan geest en gelukkig, maar kan de mensen op aarde nog ten dienste zijn. 

De meeste zielen krijgen ook een tweede kans: men kan vele malen opnieuw incarneren, waarbij de ziel inspraak heeft bij wie en waar en hoe. De ziel zal dan zijn karma volgen, ter vereffening van wat nog niet vereffend was. 

Gaat het mis, dan is daar de hel met nogal expliciete beelden. Twee daarvan in detail: 

Links lijdt een ziel onder het gewicht van een heilig boek. Dit is de straf voor het oppervlakkig lezen van heilige boeken - kijk dus maar goed uit als u zo'n Dodenboek leest ... Rechts gaat iemand gebukt onder een zware steen. Hij heeft kleine levende wezens gedood. Loop dus voorzichtig op een weg naast struiken, waar slakken kunnen kruipen. 

De islam

Een kort bezoek aan de islam leert dat ook hier na de dood een oordeel plaats vindt. Er is andermaal een weegschaal, ڡٻذآن, midzaan geheten, waarop de goede en de slechte daden worden afgewogen. Daarbij staat een engel met het boek waarin deze daden zijn opgeschreven. Ook hier is er een engel als aanklager en een verdediger: de profeet Mohammed - dit alles voor het oog van Allah. 

Als de weegschaal naar de goede kant uitslaat en het oordeel overeenkomstig uitvalt, krijgt de dode zijn boek in de rechterhand en mag hij/zij rechtsaf naar de hemel. Is de weegschaal in evenwicht, dan gaat de dode naar een soort tussengebied, آرڧ , A'raf genaamd, waar men een wachttijd doorbrengt tot men opgeroepen wordt voor hemel of hel. Slaat de weegschaal de andere kant op, dan wacht er de hel: 

voor eeuwig als men ongelovig is, 

wel lang maar niet eeuwig als men gelovig is. 

Er is een bijzonderheid die de wereldgeschiedenis beÔnvloed heeft, en nog doet. Het oordeel vindt namelijk eerst kort en snel plaats na de dood, waarna de dode in het graf wacht op het Laatste Oordeel op de Dag van de Opstanding - behalve voor 'martelaren' alias 'getuigen' - in het Arabisch hetzelfde woord: دشځٻ , shahied - die in de strijd "op het pad van Allah" zijn gestorven, dat wil zeggen ter verdediging van de islam. Deze gaan namelijk meteen door naar de hemel. Dit vooruitzicht is dus aanlokkelijk, vooral voor jonge mannen die wel wat vergeving kunnen gebruiken en zo het oordeel willen ontlopen. Zij worden jihadist, strijder op het pad van Allah.

Hun zijn "72 maagden" beloofd - hour'ien, حرعٻن als dit tenminste geen vertaalfout is voor druiven. Als het al vrouwen zijn, dan staat er nergens "maagden", hooguit "gezellinnen". Het getal 72 staat nergens (Qur'an 44:54).   

Even terug: Zoroaster

Even terug in de tijd in dezelfde regio: dertien eeuwen voordat de islam daar opkwam, en daarna natuurlijk nog, was er de religie van Zoroaster alias Zarathoestra. Na de dood herinnert de ziel zich de eigen goede en slechte daden. Zij komt haar eigen geweten tegen in de vorm van een stralende jonge vrouw, of die van een heks, naargelang men goed of slecht geleefd heeft. Op de berg Elburs wordt de ziel gewogen en beoordeeld door drie rechters. 

Net als in de latere islam gaat de ziel dan over een smalle brug. Wie daar afvalt, komt in de hel, wie 'm kan overgaan komt in de hemel. Tussen hemel en hel is, net als in de islam, een tussengebied, 'het huis van de gelijke gewichten'. Daar wacht men op het laatste oordeel aan het einde der tijden.  Dit vindt plaats nadat, net zoals in de islam, alle doden weer zullen opstaan. Wie na dit oordeel in de hel komt, blijft daar echter niet eeuwig, zoals in de islam alleen de ongelovigen, maar wordt gezuiverd, iets dat in de islam alleen aan de gelovigen gegund wordt, en kan opgaan naar de hemel als naar een betere, vernieuwde wereld. 

HťlŤne Renard; Voorbij dit leven; Bres, Amsterdam 1985.

De G‚th‚'s van Zarathoestra; GJA van Dantzig, Ankh-Hermes, Deventer 1978

De oude Grieken

Onder andere Plato vertelt ons dat de ziel na de dood voor een rechtbank verschijnt.

Links-boven zien we de heersers over de onderwereld,de tartaros: Hades & Persephone. Rechts-boven de ziel, daaronder de drie rechters: Minos, Aeakus & Rhadamanthy. 

Men kan daarna als ster aan de hemel verschijnen, of verdoemd worden naar de onderwereld. Daar zien we Heracles, de enige die de hellehond met de drie koppen in bedwang kon houden. De ziel kan ook na een wachttijd een herkansing in een volgend leven krijgen. De ziel krijgt dan ook inspraak hoe deze herboren wil worden.

Het oude Egypte

Het oordeel

Het Egyptische dodenboek; M.A. Geru,
Ankh-Hermes / VBK Media, Utrecht 2013

Bovenaan zien we de rechtbank met 42 juryleden - ze pasten niet allemaal op deze papyrus. Centraal zien we twee oude bekenden: de weegschaal met er bovenop weer de aap die kijkt of alles goed gaat, hier Isdes geheten. Dit betekent 'de intelligentie van het hart', modern gezegd 'spiritueel intellect'. In de weegschaal ligt rechts de ziel en links het symbool van de godin Mašt, die staat voor wet, orde, waarheid en rechtvaardigheid.
 

De dame recht van het midden van de plaat hierboven is de dode, voorgeleid door de zonnegod Re/Ra of R' dan wel Pfe-ri. 

Aan de rechterkant van de weegschaal zien we Anubis alias Anpu of Inpw, dan wel Hry-ssje ('Hoeder der geheimen') de begeleider van de doden; links ervan Ammit of Amam, de zielenverslinder. 

Rechts daarvan zien we Thot, Tehuti of DHwti, met een veer en papyrus die alles opschrijft. Thot geldt als de uitvinder van het schrift.

Hier zien we de aap, intussen hier een oude bekende, op een andere plek.

De ziel (rechts) wordt afgewogen tegen een symbool van de godheid Mašt of Me't, die staat voor recht, orde en rechtvaardigheid. Heru is Horus alias Hrw of Hare; Asar alias Wsir(e) is Osiris
 

HiŽrogliefen

Anubis Horus Mašt
Osiris Re Thot

De dubbele namen, even terzijde, komen omdat tijdens de Griekse overheersing de Egyptische namen, oude en nieuwere, vergriekst zijn, of zijn vervangen door bij de Grieken bekende goden.

Rechts zien we hier Osiris, die na het oordeel van de jury de uitspraak doet. Osiris met zijn vrouw Isis of Aset de heerser over het dodenrijk. 

De ziel na de dood van het lichaam

Egypte is beroemd om zijn piramides. Deze zijn knap geconstrueerd. Vanuit de dodenkamer loopt er dwars door de miljoenen stenen een smalle gang schuin naar boven die - op bepaalde dagen dan - precies uitkomt bij een ster, meestal  Sirius. Deze gang is bedoeld voor de ziel, voorgesteld als een vogel met een menselijk gezicht. De ziel kan uitvliegen en weer terugkeren naar het gebalsemde lichaam, de mummie. Zolang de mummie in tact blijft, blijft ook de ziel in tact; vandaar dat balsemen.

De voornaamste god is Re, de zonnegod. Deze reist op zijn zonneschip van oost naar west, waar hij onder gaat en door het dodenrijk vaart tot hij weer opkomt in het oosten. Onderweg neemt hij op zijn schip de zielen van de gestorvenen mee. Deze geeft hij af aan de heersers van het dodenrijk. Dan volgt het oordeel. De ziel heeft een boekrol in de hand waarin zijn/haar daden beschreven staan. 

Links Osiris, rechts Anubis. 

De ziel kan, naar gelang het oordeel, omhoog gaan naar de sterrenhemel, of omlaag gaan naar het dodenrijk, maar ook geheel verdwijnen in de bek en maag van Amam/Ammit, de zielenverslinder.
 

In het dodenrijk krijgt de ziel dan een taak. Daar wordt bijvoorbeeld ook landbouw bedreven. Een eretaak is het dienst doen op het zonneschip als roer, mast, enzovoorts.

Wie omhoog mag, kan ook terugkomen op aarde, naar het eigen lichaam - zolang dit in tact is - of naar de mensen om ze te helpen, doorgaans dan in de gedaante van een dier.

Daarom worden ook bepaalde dieren gemummificeerd: het kan zo maar een god zijn die is teruggekeerd. Zo zijn er graftomben gevonden met duizenden gemummificeerde ibissen: zie hiernaast. 

 
Heilige dieren

De goden worden getekend met dierenkoppen, voor elke godheid een eigen dier. Deze dieren zijn dan ook heilig, vroom dan wel gevreesd: aap. ibis, valk, havik, jakhals, koe, krokodil of kat.

Waarom is de kat een heilig dier in Egypte? 

Wel, zie hiernaast en hieronder

De kat doodt de oerslang Apophis of Uruburos, symbool van het kwaad, onder de isjed-boom, alias de persea-boom. De kat is niet zo maar iemand: het is de jonge zonnegod Re/Ra. Hij is het die het kwaad overwon. Heel heilig, dus. 

Het oordeel

Waarom gaat het bij het oordeel? Om twee dingen. De ziel wordt ondervraagd over zijn kennis van de goden. Dit zijn er heel veel. Daarom kregen de doden een 'spiekbriefje' of hun sarcofaag getekend of een papyrusrol met de namen erop naast zich. 

De weegschaal. We herkennen links Ammit/Amam en Thot. 
In de linker schaal is de godin Mašt getekend. 
Daarnaast Anubis en erboven een oude bekende: de aap Isdes. 

Belangrijker is het morele oordeel. Hieronder enkele citaten uit een dergelijke tekst, meegegeven aan de overledene. Uit: het Egyptische Dodenboek, Hoofdstuk 125 (blz 148 ev).

De ziel van de dode spreekt hier.

"Ik ken u en ik ken de namen van de 42 goden die met u zijn in deze Hal der beide Waarheden ... op de dag van het afrekenen van de (goede en slechte) eigenschappen ...

Ik heb de mensen niet onrechtvaardig behandeld.

Ik heb niet gepoogd te kennen wat niet (gekend mag worden).

Ik heb geen enkele arme beroofd van zijn (karige) bezit.

Ik heb niet gedaan wat de goden verafschuwen.

Ik heb niemand kwaad gedaan.

Ik heb niemand bedrogen.

Ik heb niet de melk uit de mond van kleine kinderen genomen.

Ik heb het kleinvee niet beroofd van zijn gras.

Ik heb het water niet tegengehouden in zijn seizoen (de overstroming).

Ik heb geen dam opgeworpen tegen stromend water.

Enkele citaten uit een andere papyrus:

Ik ben niet afgunstig geweest.

Ik heb mijn plicht niet verzaakt.

Ik heb geen leugens verteld.

Ik heb geen voedsel geroofd.

Ik heb geen heilig dier gedood.

Ik heb geen graan gehamsterd.

Ik heb geen broodrantsoenen gestolen.

Ik heb geen relaties gehad met een getrouwde vrouw.

Ik heb mij niet aan grootspraak bezondigd.

Ik heb geen oogje toegeknepen.

Ik heb niet gevloekt.

Ik ben niet onbezonnen geweest.

Ik heb de koning niet beledigd.

Ik ben niemand's water opgegaan.

Ik heb mijzelf niet belangrijk gemaakt.

Ik ken uw namen.

Ik heb God tevredengesteld met waar Hij van houdt: ik heb

brood gegeven aan de hongerige,

water aan de dorstige,

kleren aan degene die naakt was,

een boot aan degene die er geen had.
 

Het christendom

De laatste passage doet ons direct denken aan het christendom ("Ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven ...Matheus 25, 35). 

De islam kent overigens een vergelijkbare passage in een uitspraak van de profeet Mohammed - net zoals er een dergelijke passage is van Mani.
 

Zorg voor de medemens  
Frans Gieles, 2012
Een hadith (meervoud ahadith) is een uitspraak of beschreven daad van de profeet Mohammed, vrede zij hem. Een daarvan komt opmerkelijk overeen met het evangelie. Zo ook een tekst van Mani. 

Hieronder: de weegschaal in het christendom: engel en duivel bij de weegschaal.



De middeleeuwen, reliŽf:
twee duivels proberen de slechte kant omlaag te krijgen. 

We mogen concluderen ...

... dat het bestaan van de ziel, het leven na de dood en het feit dat er daarna een oordeel plaats vindt, zo oud is als de mensheid en in vele culturen en religies voorkomt. We herkennen hier enkele wortels van het christendom. Relatief nieuw voor de mensheid zijn de bijna-dood-ervaringen; deze spreken van een zelf-evaluatie na de dood.

De open slotvraag is ...

... wat deze kennis nu betekent voor ons leven van nu, voor ieder van ons.

Voor mij: ik heb

brood gegeven aan de hongerige,

water aan de dorstige,

kleren aan degene die naakt was,

een boot aan degene die er geen had.


Frans

Vorige Start Omhoog Volgende