Start Omhoog

< http://bijbelenkoran.nl/

Zoekresultaten voor: Noach

B&K B&K
B&K B&K
 
  Bible   koran
 
  1 t/m 20 van 40
volgende 
last
1 Genesis 5:29
die hij Noach noemde. ĎDeze zoon,í zei hij, Ďzal ons troost geven
2 Genesis 5:30
Na de geboorte van Noach leefde Lamech nog 595 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
3 Genesis 5:32
Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet.
4 Genesis 6:8
Alleen Noach vond bij de HEER genade.
5 Genesis 6:9
Dit is de geschiedenis van Noach en zijn nakomelingen. Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God.
6 Genesis 6:22
Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.
7 Genesis 7:5
Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen.
8 Genesis 7:6
Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een watermassa die de aarde overspoelde.
9 Genesis 7:7
Om aan het water te ontkomen ging Noach de ark in, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
10 Genesis 7:9
kwamen er telkens twee bij Noach in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen.
11 Genesis 7:13
Diezelfde dag gingen Noach, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen de ark in,
12 Genesis 7:15
Van alle wezens waarin levensadem was, kwamen er telkens twee bij Noach in de ark:
13 Genesis 7:23
Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was.
14 Genesis 8:1
Toen dacht God weer aan Noach en aan alle wilde dieren en het vee bij hem in de ark. Op zijn bevel begon er een wind over de aarde te waaien, waardoor het water afnam.
15 Genesis 8:6
Na verloop van veertig dagen deed Noach het venster dat hij in de ark had aangebracht open
16 Genesis 8:11
Tegen de avond kwam ze bij hem terug Ė met een jong olijfblad in haar snavel. Toen wist Noach dat het water op de aarde verder gedaald was.
17 Genesis 8:18
Hierop ging Noach naar buiten, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
18 Genesis 8:20
Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels.
19 Genesis 9:1
Toen zegende God Noach en zijn zonen, hij zei tegen hen: ĎWees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde.
20 Genesis 9:8
Ook zei God tegen Noach en zijn zonen:
 
  1 t/m 20 van 42
volgende 
last
3.33
God heeft Adam, Noeh, de mensen van Ibrahiem en de mensen van 'Imraan uitverkoren boven de wereldbewoners,
4.163
Wij hebben aan jou geopenbaard zoals Wij aan Noeh en de profeten na hem geopenbaard hebben. En Wij hebben geopenbaard aan Ibrahiem, Isma'iel, Ishaak, Ja'koeb en de stammen, 'Isa, Ajjoeb, Joenoes, Haroen, Soelaimaan ? en Wij hebben aan Dawoed een Zaboer gegeven ?
6.84
En Wij schonken hem Ishaak en Ja'koeb; ieder [van hen] hebben Wij de goede richting gewezen en Noeh hadden Wij al eerder de goede richting gewezen en uit zijn nakomelingen Dawoed, Soelaimaan, Ajjoeb, Joesoef, Moesa en Haroen ? en zo belonen wij hen die goed doen ?,
7.59
Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden en hij zei: "Mijn volk! Dient God; jullie hebben geen andere god dan Hem. Ik vrees voor jullie de bestraffing op een geweldige dag."
7.69
Of zijn jullie verbaasd dat er tot een man uit jullie midden een vermaning van jullie Heer komt om jullie te waarschuwen? Herinnert jullie, toen Hij jullie na het volk van Noeh tot opvolgers gemaakt had en jullie een beduidend grotere gestalte gegeven had. En gedenkt de weldaden van jullie Heer; misschien zal het jullie welgaan."
9.70
Is tot hen niet de mededeling gekomen over hen die er voor hun tijd waren, het volk van Noeh en de 'Aad en de Thamoed en het volk van Ibrahiem en de bewoners van Madjan en de ondersteboven gekeerde steden, tot wie hun gezanten met de duidelijke bewijzen kwamen. God was niet zo dat Hij hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.
10.71
En draag hun de mededeling over Noeh voor. Toen hij tot zijn volk zei: "O mensen, al is mijn optreden en mijn herinneren aan Gods tekenen jullie te veel, toch blijf ik op God mijn vertrouwen stellen. Wordt het samen met jullie [zogenaamd goddelijke] metgezellen eens over jullie zaak en laat dat voor jullie dan ook niet vaag zijn. Houdt je dan met mij bezig en laat mij dan niet wachten.
11.25
Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden [met]: "Ik ben voor jullie een duidelijke waarschuwer.
11.32
Zij zeiden: "O Noeh, jij hebt met ons getwist, je hebt veel twist met ons gehad. Kom dan maar met wat je ons toegezegd hebt als je gelijk hebt."
11.36
En aan Noeh is geopenbaard: "Niemand van jouw volk zal tot geloof komen, afgezien van hen die al geloofden. Wees dus niet bedroefd over wat zij aan het doen waren.
11.42
En het [schip] voer met hen weg door golven als bergen en Noeh riep naar zijn zoon die apart stond: "Mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet een van de ongelovigen."
11.45
En Noeh riep tot zijn Heer en zei: "Mijn Heer, mijn zoon behoort tot mijn familie; Uw toezegging is de waarheid en U bent de wijste van hen die oordelen."
11.46
Hij zei: "O Noeh, hij behoort niet tot jouw familie. Hij is [een toonbeeld van] ondeugdelijk handelen. Vraag Mij niet iets waarvan jij geen kennis hebt. Ik vermaan je niet tot de onwetenden te behoren."
11.48
Er werd tot hem gezegd: "O Noeh, ga van boord in vrede die van Ons komt en met zegeningen voor jou en voor gemeenschappen van hen die bij jou zijn. Er zijn ook gemeenschappen die Wij laten genieten, maar dan treft hen een pijnlijke bestraffing van Ons."
11.89
En, mijn volk, laat de onmin met mij jullie er niet toe brengen dat jullie hetzelfde treft dat het volk van Noeh of het volk van Hoed of het volk van Salih heeft getroffen. En het volk van Loet is niet ver van jullie.
14.9
Is tot jullie niet de mededeling gekomen over hen die er voor jullie tijd waren, het volk van Noeh en de 'Aad en de Thamoed en hen die er na hen waren die alleen God kent. Tot hen kwamen hun gezanten met de duidelijke bewijzen, maar zij stopten hun handen in hun monden en zeiden: "Waarmee jullie gezonden zijn daaraan hechten wij geen geloof. Wij verkeren namelijk in hevige twijfel over dat waartoe jij ons oproept." *
17.3
jullie die nakomelingen zijn van hen die Wij met Noeh gedragen hebben. Hij was een dienaar die dank betuigt."
17.17
En hoeveel generaties hebben Wij na Noeh reeds vernietigd! Jouw Heer is over de zonden van Zijn dienaren goed genoeg ingelicht en doorziet ze.
19.58
Zij zijn het aan wie God onder de profeten genade geschonken heeft, uit de nakomelingen van Adam, uit hen die Wij met Noeh gedragen hebben, uit de nakomelingen van Ibrahiem en Isra?iel en uit hen die Wij op het goede pad gebracht en uitgekozen hebben. Wanneer de tekenen van de Erbarmer aan hen worden voorgelezen vallen zij eerbiedig buigend neer en huilen. ? *
21.76
En [denk] aan Noeh, toen hij ? vroeger ? riep. Daarop verhoorden Wij hem en Wij redden hem en zijn familie uit de geweldige benardheid.
 
last
 vorige
21 t/m 40 van 40  
21 Genesis 9:17
Dit,í zei God tegen Noach, Ďis het teken van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.í
22 Genesis 9:18
De zonen van Noach, die samen met hem uit de ark waren gekomen, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanašn.
23 Genesis 9:19
Met de drie zonen van Noach begon de verspreiding van de mensheid over de hele aarde.
24 Genesis 9:20
Noach was landbouwer en legde als eerste een wijngaard aan.
25 Genesis 9:24
Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan,
26 Genesis 9:28
Noach leefde na de zondvloed nog driehonderdvijftig jaar.
27 Genesis 9:29
In totaal leefde Noach negenhonderdvijftig jaar. Daarna stierf hij.
28 Genesis 10:32
Dit waren de families die afstamden van de zonen van Noach, ingedeeld naar afkomst en volken. Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.
29 EzechiŽl 14:14
en stel dat de volgende drie mannen in dat land wonen: Noach, DaniŽl en Job Ė dan zullen zij met hun rechtvaardigheid alleen zichzelf redden, spreekt God, de HEER.
30 EzechiŽl 14:20
en Noach, DaniŽl en Job wonen daar Ė dan geldt, zo waar ik leef, het volgende, spreekt God, de HEER: niet ťťn zoon of dochter zullen ze kunnen redden, hun rechtvaardigheid redt alleen henzelf.
31 Tobit 4:12
Onthoud je van een onrein huwelijk, trouw alleen met een vrouw uit de stam van je vader en voorouders. Kies beslist geen andere vrouw, want wij stammen van profeten af. Denk aan Noach, Abraham, Isaak en Jakob, onze allereerste voorouders; ze trouwden alle vier met een vrouw uit hun eigen familie, ze werden gezegend met kinderen, en hun nageslacht zal het land bezitten.
32 Wijsheid van Jezus Sirach 44:17
Noach werd voorbeeldig en rechtschapen bevonden,
ten tijde van Gods toorn was hij het losgeld.
Toen de zondvloed kwam
bleef dankzij hem een rest van de aarde behouden.
33 MatteŁs 24:37
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt.
34 MatteŁs 24:38
Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging,
35 Lucas 3:36
de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech,
36 Lucas 17:26
En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon:
37 Lucas 17:27
ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg.
38 HebreeŽn 11:7
Door zijn geloof bouwde Noach, toen hem te kennen was gegeven wat er zou gebeuren, nog voordat dit voor iemand zichtbaar was, gehoorzaam een ark om daarmee zijn huisgenoten te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en verwierf hij de gerechtigheid die voortkomt uit het geloof.
39 1 Petrus 3:20
aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered,
40 2 Petrus 2:5
Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen.
 
last
 vorige
21 t/m 40 van 42
volgende 
last
23.23
Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden en hij zei: "Mijn volk! Dient God; jullie hebben geen andere god dan Hem. Zullen jullie niet godvrezend worden?"
25.37
En de mensen van Noeh hebben Wij laten verdrinken, toen zij de gezanten van leugens betichtten en Wij hebben hen voor de mensen tot een teken gemaakt. En Wij hebben voor de onrechtplegers een pijnlijke bestraffing klaargemaakt.
26.105
Het volk van Noeh betichtte de gezondenen van leugens.
26.106
Toen hun broeder Noeh tot hen zei: "Willen jullie niet godvrezend zijn?
26.116
Zij zeiden: "Als jij niet ophoudt, Noeh, dan behoor jij bij hen die gestenigd worden."
29.14
En Wij hebben Noeh naar zijn volk gezonden en hij verbleef duizend jaar in hun midden, op vijftig jaar na. Toen greep de overstroming hen terwijl zij onrecht pleegden.
33.7
En toen Wij met de profeten de overeenkomst aangingen en ook met jou en met Noeh, Ibrahiem, Moesa en 'Isa, de zoon van Marjam ? Wij zijn namelijk een solide overeenkomst met hen aangegaan ?
37.75
Noeh had tot Ons geroepen; een voortreffelijk verhoorder [zijn Wij].
37.79
Vrede zij met Noeh onder de wereldbewoners!
38.12
Voor hun tijd had het volk van Noeh van leugens beticht en ook de 'Aad en Fir'aun van de tentpinnen, Voor hun tijd had het volk van Noeh van leugens beticht en na hen ook de partijen. En iedere gemeenschap was van plan om hun gezant te grijpen en zij redetwistten met behulp van onzin om daarmee de waarheid te weerleggen, maar Ik greep hen. En hoe was Mijn afstraffing dan?
40.31
iets dergelijks als het geval was met het volk van Noeh, de 'Aad en de Thamoed en hen die er na hen kwamen. Maar God wenst geen onrecht voor Zijn dienaren.
42.13
Hij verordineert voor jullie van de godsdienst wat Hij aan Noeh had opgedragen en wat Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij aan Ibrahiem, Moesa en 'Isa hadden opgedragen: Houdt de godsdienst in stand en splitst jullie daarin niet op in groepen. De veelgodendienaars vinden het erg waartoe jij hen oproept. God verkiest daartoe wie Hij wil en wijst wie schuldbewust is er de goede richting heen.
50.12
Voor hun tijd heeft het volk van Noeh van leugens beticht en ook de mensen van de bron en de Thamoed
51.46
Ook het volk van Noeh, vroeger al; dat waren verdorven mensen.
53.52
en het volk van Noeh daarvoor al. Zij waren uiterst zondig en onbeschaamd.
54.9
Voor hun tijd had het volk van Noeh al gezegd dat het leugens waren; zij betichtten Onze dienaar namelijk van leugen. Zij zeiden: "Een bezetene." Hij werd door hen afgeschrikt.
57.26
Wij hebben Noeh en Ibrahiem gezonden en Wij hebben in hun beider nageslacht het profeetschap en het boek tot stand gebracht. Sommigen volgden het goede pad, maar velen van hen waren verdorven.
66.10
God heeft voor hen die ongelovig zijn de vrouw van Noeh en de vrouw van Loet als een voorbeeld gegeven. Zij stonden onder de hoede van twee van Onze rechtschapen dienaren, maar zij hebben hen verraden. Dus hadden zij tegen God geheel geen baat van hen en er werd gezegd: "Gaat beiden met de anderen het vuur binnen."
71.1
Wij hebben Noeh naar zijn volk gezonden: "Waarschuw jouw volk voordat een pijnlijke bestraffing tot hen komt."
last
 vorige
41 t/m 42 van 42  
71.21
Noeh zei: "Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, maar zij volgen iemand wiens bezit en kinderen hem alleen maar meer verlies laten lijden.
71.26
En Noeh zei: "Mijn Heer, laat niet een van de ongelovigen op de aarde blijven wonen.

 

Start Omhoog