Start Omhoog Samenvatting Literatuur Vragen

Tekst college over 'pedofilie'

Nijmegen, 10 november; Tilburg, 14 november 2005 
Dr Frans E.J. Gieles

1. Waar hebben we 't over? A: Definieer correct

Gevraagd te spreken over 'pedofilie' vraag ik u eerst om voor uzelf dit begrip eens van een definitie te voorzien. ... Kijkt u dan eens of uw definitie correct is. Een definitie beschrijft iets, wat het is, en omschrijft iets, wat het niet is: een definitie omcirkelt iets. Een goede definitie heeft ook buren: die deels gelijk, deels anders zijn, en tegengestelden, vaak ook wel-omschreven overlappingen met andere begrippen en omvattende begrippen (tafel, stoel, meubels, huisraad). Daarom is "seksueel misbruik" geen goed begrip, want dan zou er ook "seksueel gebruik" moeten bestaan, evenals "pedagogisch of religieus misbruik en idem gebruik". Dit zijn onbruikbare begrippen. Daarom is 'seksueel misbruik' dat ook. 

Ik heb hier een boekje over behandeling van Bernard ten Hag, psycholoog. Achterin staat een lijst met termen die omschreven zijn. Ik lees hier:

Pedofilie: Een woord dat beter vervangen kan worden door pedoseksualiteit, want wat daders met kinderen doen, spreekt tegen wat de meeste mensen onder liefde verstaan. Pedofilie staat niet op dezelfde lijn als homofilie of heterofilie, want pedofilie is geen voorkeur maar een keuze.
Drs. B. ten Hag, Relaties en seksualiteit; Vergroting van intimiteit, terugbrengen van ongewenste vormen van seksualiteit; Handboek voor therapeuten, werkboek voor cliënten; Forum Educatief 2004)

Is dit een correcte definitie? Nee, het is een preek. Begrippen als pedofilie, homofilie en heterofilie zijn als begrippen logischerwijs buren, om zo te zeggen: nevenstellingen, dus logisch gelijkwaardig. Maar meneer Hag moet zo nodig kwijt dat pedofilie moreel niet gelijkwaardig is: hij definieert niet, hij preekt. Meteen verandert hij het gebruikelijke "voorkeur" door "keuze": "want pedofilie is geen voorkeur maar een keuze".  Het is te vergelijken met iemand die zegt dat het meervoud van god, 'goden', niet mag en dus niet kan bestaan omdat er maar één God is, genaamd Allah. Een prediker, geen wetenschapper. 

Kijkt u nog eens naar uw eigen definitie: definieert die, of preekt die?

Zelf neem ik de definitie over van de NCGV (Nederlands Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid) uit ...:

Pedofilie is het gevoel zich tot kinderen aangetrokken te voelen, ook in seksueel opzicht.

De NCGV voegt er bij:

Dit gevoel wordt door de betrokkene als belangrijk ervaren.

Ik voeg er aan toe: 

Het begrip pedofilie is een constructie, gemaakt om mensen met dit gevoel te onderscheiden van andere mensen. 

Ik onderscheid pedofilie en pedoseksualiteit, wat meneer Hag dus niet doet. Pedofilie is een gevoel, pedoseksualiteit is een daad. Ik mag u verzoeken dit belangrijke onderscheid wel te maken. Zonder dit onderscheid is er over dit onderwerp niet zinnig te spreken en te denken. 

Beide begrippen hangen samen als twee in elkaar grijpende kringen met elk een eigen gebied en samen een overlappend gebied:

AB = Pedofilie
BC = Pedoseksualiteit
A = Pedofilie zonder pedoseksualiteit
B = Pedofilie met pedoseksualiteit
C = Pedoseksualiteit zonder pedofilie

Nu is het taalgebruik veranderd: vrijwel iedereen verstaat onder 'pedofilie' seks met kinderen, dus eigenlijk pedoseksualiteit. Daarom is het woord pedofilie niet meer bruikbaar. Ik gebruik het dan ook vrijwel niet: ik zeg gewoon wat ik bedoel: pedofiele gevoelens of pedoseksuele daden. 

Let wel: deze begrippen, definities en cirkels delen gevoelens en daden in: niet: mensen. Iemand kan in verschillende fasen van zijn of haar leven verschillende gevoelens hebben en verschillende daden wel of niet verrichten. Ik kom daar straks op terug. 

De taal speelt ons hier parten: "filie" is 'liefde'. [*] Maar wij hebben maar één woord voor liefde, de Grieken hadden er meer: philia, eros, agapè en charitè. Het Engels kent, net als meer Europese talen, friendship, love, care en attraction.  

[* D.w.z. zo vertaalt men het. Wie een Grieks woordenboek raadpleegt ziet bij philia staan: 'vriendschap' - in dit verband een veel betere vertaling.]

Van het Grieks kies ik philia, vertaald als 'vriendschap', charitè, liefdevolle zorg; van het Engels attraction,  aantrekkelijkheid. Ook al heeft het pedofiele gevoel een seksueel aspect in zich, eros, love, het is er niet de kern van. Ik kom daar straks op terug. 

2. Stoornis?

Gevraagd was te spreken over: Is pedofilie een stoornis? Goed. Hoe weten we wat een stoornis is? Daarvoor hebben we het DSM, het Diagnostic Statistical Manual. Dit wordt bijgehouden door de APA, de American Psychologic Association en/of de American Psychiatric Association, die er nu en dan iets in verandert. Zo was homoseksualiteit eerst een stoornis, maar later ineens niet meer. De APA stemt erover. Het is en blijft wel de A van American, waarin dus het westerse denken overheerst. Mensen uit het Oosten denken over veel dingen heel anders, maar die komen dus niet aan bod. We moeten het ermee doen, het is niet anders, het DSM is hét handboek voor stoornissen. 

Wat zegt het DSM, versie IV, revised? Dit heb ik voor u vertaald en op papier al uitgedeeld. Pedofilie valt onder de parafilieën, dus daar kijken we eerst eens naar. 

Parafilieën worden gekenmerkt door telkens terugkerende, intense seksuele verlangens, fantasieën of gedrag die ongebruikelijke objecten, activiteiten of situaties betreffen en die klinisch significante onvrede veroorzaken, of het functioneren aantasten in het sociale, beroepsmatige of anderszins belangrijk gebied. 

Genoemd worden: Exhibitionisme, fetisjisme, frotteurisme, pedofilie, seksueel masochisme, seksueel sadisme, transvestief fetisjisme, voyeurisme en 'niet anders omschreven parafilie'. 

Vervolgens worden er per parafilie diagnostische criteria aangegeven volgens welke men kan bepalen of iets al dan niet een stoornis is. 

Voor de diagnose 'pedofiele parafilie' [als stoornis] dient men de laatste zes maanden dergelijke terugkerende en intense verlangens of fantasieën gehad te hebben, of zulke daden te hebben gepleegd, of er onvrede mee te hebben. [*] Bovendien moet er sprake zijn van (fantasieën over) prepuberale kinderen en moet er een leeftijdsverschil van vijf jaar zijn. Adolescenten die seksuele relaties aangaan met twaalf- of dertienjarige kinderen rekent men niet als gestoord. 

[*] Deze laatste eis wordt in de toelichting weer weg geschrapt: 
"Het is van belang te begrijpen dat het ervaren van onvrede over de fantasieën of gedragingen niet noodzakelijk is voor de diagnose 'pedofilie'. Personen die op pedofiele prikkels met opwinding reageren en die handelen naar deze fantasieën of hier bij een kind op aandringen, komen in aanmerking voor de diagnose 'pedofilie'. 

Er vond uitvoerige discussie plaats over deze parafilieën - en terecht. 

De kernvraag is of wat afwijkt van het statistisch gemiddelde en wat correlaties oplevert - want zo werkt de DSM, vandaar statistical - daarmee ook een psychische stoornis is of gewoon een variant. 

Dezelfde vraag moet gesteld worden bij een wetsovertreding: is wie de wet overtreedt daarmee meteen ook psychisch gestoord? Zo ja, dan lopen er heel wat gestoorde mensen rond. 

Archives of Sexual Behavior van december 2002 geeft zo'n discussie weer, en, recenter, Moser & Kleinpatz 2003. U vindt de links, ook die naar de Engelse tekst van DSM, bij de literatuur. 

Zo kan men opmerken dat er een inconsequentie zit in het "en" (onvrede ermee hebben) in de omschrijving van parafilieën in het algemeen en het "of" (onvrede ermee hebben) in de omschrijving van pedofiele parafilie, welk criterium in de toelichting weer wordt geschrapt. Verwarrend. Ik vrees dat moraal en wetenschap hier lelijk door elkaar heen lopen. 

Wie dus afwijkende fantasieën heeft maar daar verder geen last van heeft, is niet gestoord. Wie echter pedofiele fantasieën heeft en daar geen last van heeft, is ineens weer wel gestoord, althans als men tot daden overging in de laatste zes maanden. Heeft men van de gevoelens last, dan heet dit egodystoon, niet passend bij het ik; heeft men er geen last van, dan heet het egosyntoon,  passend bij het ik. Deze woorden worden in de diagnostiek standaard gebruikt. 

Blijft dus over dat er wel daden nodig zijn voor een diagnose; alleen verlangens en fantasieën hebben geldt niet als stoornis zolang men er niets mee doet. Dit laatste wordt in de huidige praktijk van diagnose en behandeling - en in de publieke opinie - veelal niet gezien, wellicht helemaal niet geweten. 

De moderne diagnostiek gaat zijn eigen weg. Heeft men egosyntone pedofiele gevoelens waar men verder niets mee doet, dan is men volgens de DSM niet gestoord. In de huidige praktijk is egosyntone pedofilie, zoals het dan heet, het ergste wat je kunt hebben. Want dan sta je niet open voor behandeling, dus is alleen dwangbehandeling, lees tbs, dwingend nodig. Vooral als je ook nog kernpedofiel bent, tot op het bot zogezegd, in plaats van situationele pedofiel, een term waarmee incest vaak gelabeld wordt. 

Ik bestudeerde rapportages om erover te gaan schrijven, waar ik nu mee bezig ben. In zo'n rapport las ik over iemand: "Een in alle opzichten normale man". Hij sprak echter desgevraagd vrijuit over zijn pedofiele gevoelens, dus nu was hij ineens een egosyntone kernpedofiel,  dus zwaar gestoord. De man wacht nu op zijn tbs. In een ander rapport stond uitdrukkelijk dat er geen cognitieve stoornis was geconstateerd. De testuitslagen waren prima. Maar zodra de man zijn opvattingen over pedofilie had weergegeven, had hij ineens wel een cognitieve stoornis, en wel een zware. 

Zo zie je dus dat het hebben van politiek niet-correcte opvattingen je meteen tot gestoord maakt en je de kliniek in jaagt. In het oude Rusland was men psychiatrisch gestoord als men niet communistisch dacht. Gelijktijdig was men in Amerika psychisch gestoord als men wel communistisch dacht. 

We zien hier dus dat diagnostiek en politiek verwisseld worden en dat moraal en wetenschap door elkaar heen gaan lopen. Dit is een van de valkuilen van de forensische diagnostiek, waar ik in een boek dat volgend jaar uitkomt over zal schrijven: iemand die een wet overtreedt is daarom nog niet gestoord. Bij diefstal doet men dit niet, bij pedofilie direct. Over moraal en wetenschap schreef ik al, ook op deze site, evenals over politiek en wetenschap. Het staat in de literatuurlijst onder "Schade", respectievelijk "Recidive". 

3. Recidivecijfers

Bij forensische diagnostiek moet men ook aangeven hoe groot de kans op herhaling is. Daarmee belanden we in een van de hardnekkigste misverstanden op dit gebied. Men kent de cijfers niet en zegt maar wat. "Men denkt niet na, men doet zo maar wat" - stopwoord van de oude rector van mijn gymnasium destijds. Zo zei een deskundige onder ede dat de kans op herhaling bij iemand 100% was. Dit is principieel onmogelijk en toch wordt het onder ede gezegd. 

Overal en steeds weer hoor je zeggen, o.a. in de rechtszalen, dat de kans op recidive bij zedendelinquenten, in het bijzonder pedoseksuelen, zeer groot is, veel groter dan de algemene kans op recidive. Het tegendeel is waar: de kans is beduidend kleiner. 

Een aantal jaren geleden was het algemene recidivecijfer 36,4%. Beweerd werd dat pedoseksuelen een drie keer zo groot risico vormen. Het tegendeel is waar: het is drie keer zo klein: 13,4%. Bij behandeling nog lager: tussen de 3% en de 10%. 

Intussen zijn de algemene recidivecijfers fors gestegen tot een 68% - en recenter nog weer hoger. Die van zedendelinquenten echter zijn lager geworden: je ziet cijfers van een 3 tot 10% voor behandelde mensen. En de tbs-ers op verlof: 1 promille. 

Dus: niet drie maal zo hoog, maar drie maal zo laag; en het algemene cijfer gaat omhoog, dat van zedendelinquenten gaat omlaag. Beziet u de links die gegeven zijn bij de literatuuropgave. 

4. Schadecijfers

Net zo'n hardnekkig misverstand vormen de schadecijfers. Overal hoor je maar beweren, ook in de rechtszaal, dat elke seksuele ervaring van een kind altijd schadelijk is. Honderd procent dus. Dit is helemaal niet zo. 

Hoe hoog dacht u, voordat u de samenvatting op papier zag, dat het percentage blijvende schade is in een recent zeer gedegen meta-analyse, een analyse van analyses dus ofwel een onderzoek van in casu 59 onderzoeken onder duizenden mensen in meerdere landen? ... Vier procent. Alleen bij meisjes en alleen bij dwang, geweld of bedreiging - verreweg meestal door de vaders.

Oeps! Een fout!

Nu en dan en her en der heb ik beweerd dat uit het onderzoek van Rind c.s. zou blijken dat blijvende schade na een seksueel contact in de kindertijd slechts in vier procent van de gevallen optrad, en dan nog alleen bij meisjes en dan alleen na incest of dwang. Dit klopt bij nader inzien niet.
Hier kwam ik tot mijn schrik achter toen iemand beweerde dat dit één procent was. Bij mijn tekst om dit te corrigeren in 4% wilde ik een link zetten naar dit getal in Rind's onderzoek. Die 4% bleek niet te vinden te zijn!
Wel komt de 1% voor in Rind's meta-analyse, maar deze betekent daar iets heel anders.
Uitleg ... Adders onder het gras ... Beschouwing ...
Zie hiervoor: Gieles, F.E.J., Vergeet de vier procent - Onthoud de één procent, augustus 2017

De beleving achteraf was, afgerond, voor jongens een derde positief, een derde neutraal en een derde negatief. Voor meisjes, afgerond, tweederde  negatief, een zesde neutraal en een zesde positief. Het gaat voor nu te ver, maar bestudeert u de cijfers aan de hand van de links in de literatuuropgave. 

5. Waar hebben we het over? B: Inhoudelijk

Ik heb gedefinieerd: "... het gevoel zich tot kinderen aangetrokken te voelen, ook in seksueel opzicht." Let op het woordje "ook". Er staat niet "uitsluitend". Het gevoel verschilt verder niet veel van dat van ouders, grootouders - en reclamemakers - die kinderen zo schattig vinden. De beleving van pedofiel gevoel is vooreerst esthetisch: men ervaart schoonheid, puurheid, spontaniteit, openheid. 

Dit laatste wordt in de cognitieve gedragsbehandeling bestreden. Het worden "smoezen" of "denkfouten" genoemd. Men is immers alleen uit op seks, niet waar? Nee: niet waar. 

Seksualiteit speelt in feite doorgaans slechts op de achtergrond. Het speelt bij een deel van de mensen, maar dan nog alleen in een deel of periode van hun leven.

Niet veel mensen met pedofiele gevoelens zullen overgaan tot seksuele daden. De overgrote meerderheid doet dit helemaal niet en wil dit ook helemaal niet. Ja, er is verlangen, maar men wil dit in feite liever niet waarmaken. Pas op dat u uw beeldvorming en gegevens uitsluitend betrekt van veroordeelde mensen of mensen in klinieken: dat geeft een erg vertekend en scheefgetrokken beeld. Het gros van de literatuur gaat daar over en is dus vertekenend.

Dan gaat het hier over prepuberale kinderen. Dit wordt vaak vergeten. Wie op tieners valt, wordt al heel snel pedo genoemd. Nou, dan zijn er heel wat pedo's. Tieners vallen bijvoorbeeld ook op elkaar. 

Het kruispunt is de puberteit, de lichamelijke en geestelijke rijping. In die periode kan de een gecharmeerd zijn van het nog aanwezige kinderlijke en het betreuren dat dit gaat verdwijnen. Zo voel ik dat bijvoorbeeld. 

De een kan meer gecharmeerd zijn van jongetjes, de ander van meisjes. De verhouding is naar mijn ervaring ongeveer twee op een. Voor anderen maakt het niet zo veel uit: het gaat hun om het kinderlijke. De ander echter valt op het ontwakende mannelijke of vrouwelijke in het kind, dus op de ontwakende volwassenheid. Dit komt heel vaak voor, maar mag m.i. geen 'pedofilie' genoemd worden: het is in wezen hetero- of homofilie. En let erop dat een wettelijke leeftijdsgrens nog geen diagnostische leeftijdsgrens is. Die ligt lager. 

Hoe en wanneer komt zo'n gevoel naar voren? 

Vrijwel iedereen met pedofiele gevoelens zegt: 'van jongs af aan al', in feite is dit: 'zolang ik mij kan herinneren'. We herinneren ons dingen vooral vanaf een jaar of zes, dus het gevoel zou dan op die leeftijd of daarvoor al opgekomen zijn: precies de Oedipale leeftijd. Ik kom daar zo op terug. 

Van belang is te vermelden dat het pedofiele gevoel, zoals alle gevoelens, meer of minder op de voorgrond of op de achtergrond kan liggen. Dit kan per levensfase sterk verschillen, in elk geval: dat heb ik zo ervaren en ik hoor het ook van anderen. 

Tot mijn twintigste sluimerde dit gevoel op de achtergrond. Ik werd het mij pas scherp bewust toen anderen erover gingen spreken. Er was een kwestie van een clubhuisleider in een zwembadhokje - meer werd er niet uitgelegd, maar intuïtief wist ik het wel. 

Dit bleef zo tot mijn huwelijk. In de jaren dat ik getrouwd was sliep het gevoel rustig in een zijkamertje. Het werd pas weer wakker na de scheiding. Toen schoof het met een vaartje naar de voorgrond. Het drong zich eigenlijk nogal fors op, zoals dat kan gaan met enigszins onderdrukte gevoelens. Later eisen ze hun tol. 

Dat is toen ook lelijk misgegaan in die periode, die nu overigens alweer vrij ver achter mij ligt. Dat was aanleiding voor mij om eens goed mijzelf te gaan onderzoeken, hoe dat nu zat. Er volgde een intensieve zoektocht van ongeveer vijf jaar, inclusief een psychotherapie. Veel van die zoektocht heb ik beschreven op mijn web site: zie de link naar de persoonlijke essays in de literatuuropgave. Daarna ebde het gevoel weer weg, dat wil zeggen: het is er wel en krijgt desgewenst wat ruimte, maar ik doe er verder ook niks meer mee. Dat is niet alleen de leeftijd, het is vooral ook die persoonlijke zoektocht en de psychotherapie waarin allerlei gevoelens hun plaats en nuance hebben gekregen. 

Daarom kun je mensen ook niet zo maar indelen, in een onderzoek bijvoorbeeld, in 'pedofielen' (in mijn definitie dan) en 'pedoseksuelen'. Men kan in een mensenleven vele jaren 'pedofiel zijn'(in mijn definitie dus), dan een periode pedoseksueel zijn, en dan weer terugkeren naar het 'pedofiel zijn', nog steeds volgens mijn definitie. Dit zal voor heel wat mensen gelden, en tevoren, dus bij jonge mensen, kun je het nog niet weten. Men moet geen mensen indelen, maar gevoelens en daden, en deze dan weer goed onderscheiden. 

6. De bronnen

Ik zeg "bronnen", niet: "de oorzaken". Waarom niet? Omdat het begrippenpaar "oorzaken van gedrag" alleen maar past in het gedragsmodel, terwijl ik elf verklaringsmodellen onderscheid en ik zelf niet het gedragsmodel maar het handelingsmodel aanhang.  Daarom spreek ik ook niet van 'geaardheid', omdat dit een aangeboren-zijn veronderstelt en een genetische basis zoekt. Wel, dit is nog nooit bewezen. Het wordt wel veelvuldig zo aangevoeld: als geaardheid, als van jongs af aan aanwezig, maar dit hoeft niet naar de genen te verwijzen, het kan ook verwijzen naar de vroeg-kinderlijke tijd, die van voor of rond het zesde levensjaar. Ik zoek de bronnen zelf dan ook meer in de vroeg-kinderlijke ontwikkeling en kan daarvoor terecht in het psycho-dynamische model. 

Modellen

Die elf modellen komen dus allemaal met andere verklaringen aanzetten in steeds weer andere termen en theorieën. Als je een verklaring wilt zoeken, moet je dus eerst het model kiezen waarin je die verklaring wilt zoeken. Die modellen hebben te maken met je mensvisie, dus met filosofie. Je moet je goed bewust zijn van je eigen mensvisie, van je eigen filosofie en van de modellen waarin je denkt - en dat model dan ook steeds kritisch blijven bekijken. Ik noem mijn elf modellen alleen even op met een heel korte aanduiding van de inhoud. Lees er meer over met behulp van de link in de literatuurlijst, daar staan ze alle elf netjes beschreven. Dat wil zeggen: negen ervan die ik in de literatuur vind - met name in Howitt, wiens nummering ik heb gevolgd - en dan noem ik er nog twee als een soort verlanglijstje. Ik deel de modellen in in drie groepen. De tekst die er bij staat is geen beschrijving van het model, maar een wikken en wegen ervan. 
 

Modellen die het al weten:
ze stellen eigenlijk geen vraag meer en geven meteen een antwoord dat zich door beperktheid van visie en reikwijdte kenmerkt

Modellen die vanuit een beperkte invalshoek naar een antwoord zoeken dat dus beperkt zal uitvallen

Modellen die wel een vraag stellen en die althans proberen een eerlijk antwoord te vinden en die in een bredere context naar die antwoorden zoeken

3. Het verkeerde denken 

Het is duidelijk dat dit model zich geen vraag stelt, maar het antwoord al weet: het politiek correcte denken is goed en wie anders denkt is fout en doet foute dingen. Wie foute dingen doet, denkt dus verkeerd.

Dus: verander die gedachten in een cognitieve behandeling. 

5. Het feministische model 

Ook hier weet men het antwoord al voor er een vraag gesteld wordt. Zo nodig wordt de realiteit wat bijgesteld. We zien hier een splitsing in het denken: de vrouw is goed, de man is slecht.

Het gaat slechts om 'dader' en 'slachtoffer'. Leer de cliënt dus uitsluitend in die termen spreken. 

9. De demonologie

Hier wordt eigenlijk helemaal niet nagedacht, laat staan kritisch. Men laat zich blindelings leiden door de eigen geprojecteerde schaduwkant zonder dit in de gaten te hebben.

1. Gedrag is aangeleerd 

De verklaring is niet onlogisch, maar een mens is meer dan gedrag alleen.

Dus: gedragstherapie. 

2. Zoek de voorwaarden 

Het zoeken naar omstandigheden vooraf is op zich niet onlogisch, maar men mag deze niet meteen tot oorzaak benoemen. Bovendien verschijnen er zo wel heel  veel mogelijke oorzaken.

Hier stelt men een delictketen op en leert de eerste stappen te vermijden.

6. Het biologische model 

Zoeken is altijd zinvol, maar een mens is meer dan alleen een biologisch wezen; de mens is ook een geestelijk wezen.

4. De dynamiek van krachten in de menselijke ziel 

Hier wordt in elk geval serieus gezocht op basis van respect voor de menselijke ziel en haar krachten, zowel die van de man als die van de vrouw.

Dus: psychotherapie. 

7. De historische benadering

Hier verlaat men in elk geval de narcistische visie als zou alleen onze cultuur het ware licht zien en de mensen van vroeger en van elders alleen maar dom waren.

8. Een sociale constructie 

Hier worden de te verklaren verschijnselen in elk geval in een bredere context bezien. Ze vinden immers plaats in een maatschappij van hier en nu, dus kijk daar ook eens naar.

Nog te onderzoeken modellen

10. Een evolutionair model

11. Een spiritueel model.

 

Het model 'demonologie' komt helaas het vaakste voor. Het feministische model heeft enorme invloed gehad op het denken over pedofilie, omdat men het model van vader en dochter, ofwel machtige dader en onmachtig slachtoffertje, blindelings heeft geplakt op mannen die met jongetjes gingen vrijen. Bruce Rind bestrijdt dit in een apart onderzoek naar seksuele ervaringen van homotieners - zie de literatuurlijst. 

De modellen 1, 2 en 3 worden nu het meest gebruikt. Men gaat uit van gedrag dat is veroorzaakt door prikkels, waaronder cognitieve prikkels, veelal "denkfouten" genoemd. Met dit model gaat men dan de "delictketen" na: de serie gebeurtenissen en gedachten die tot het delict geleid hebben en die dus voortaan vermeden moeten worden. Bijvoorbeeld: problemen op het werk gehad, paar biertjes gedronken, even gaan zwemmen, kinderen aangesproken - enzovoort. Het probleem met de delictketen is dat je 'm volgens de wetten dert logica niet mag omdraaien. Vanuit het delict wordt terug-geconstrueerd wat er gebeurd is. Dan draait men het om en zegt: 'dus geen biertjes meer drinken en niet gaan zwemmen'. 

De medische benadering leidt tegenwoordig vaak tot medicatie: anti-depressiva of lustremmers. Ik ben hier kritisch over, al sprak ik mensen die er tevreden over zijn en las ik hetzelfde in een artikel. Maar je ziet ook dat een kliniek hier in Nijmegen, Kairos, medicatie als voorwaarde stelt, dus medicijnen voorschrijft voordat men de patiënt gezien, laat staan onderzocht heeft. Dit gaat mij dan te ver. 

Verklaring binnen het psycho-dynamische model

Zelf verkies ik het psycho-dynamische model. De huidige psychologie kiest vrij massaal voor het gedragsmodel. Men spreekt al van "gedragswetenschappen" en van "gedragsdeskundige". Zelf wijs ik dit model af vanwege de te smalle invalshoek. Ik zie de mens niet als een mechanisch wezen waarbij gedrag veroorzaakt wordt door prikkels - ziet u zichzelf zo? En uw cliënt? 

Ik zie de mens, behandelaar en cliënt,  als een handelend wezen dat gemotiveerd wordt door doelen, redenen, gevoelens en interpretaties. In hoofdstuk twee van mijn proefschrift ga ik uitvoerig in op dit onderscheid en betoog ik dat het handelingsmodel voor de orthopedagogiek vruchtbaarder is dan het gedragsmodel. In schema, uit dit hoofdstuk 2:

Modellen in de orthopedagogiek

Praktijk-
model

De betrokkenen gezien als

Visie

 

Hulpverlener

Opvoeder

Kind

 

I

zich gedragend wezen zich gedragend wezen zich gedragend wezen

A. Gedragsmodel

II

handelend wezen zich gedragend wezen zich gedragend wezen

B. Interventiemodel

III

handelend wezen handelend wezen zich gedragend wezen

IV

handelend wezen handelend wezen handelend wezen

C. Handelingsmodel

Deken-theoroie

Mijn psycho-dynamische verklaring noem ik mijn "deken-theorie". Pedofiele gevoelens zijn, als ze als enigszins dwingend en onmisbaar worden ervaren, een deken die andere gevoelens afdekt. Daarmee zeg ik hetzelfde als wat van een neurose wordt gezegd: een dwingend gevoel dat ervoor dient om andere gevoelens onder sim te houden. 

Alleen met dit verschil, dat ik zo'n werkwijze van de menselijke ziel niet per se als ziekte of stoornis zie: het kan een uitstekende, levensreddende methode zijn van de ziel, in dit geval die van het kind. De kinderziel is niet gek maar slim, hij of zij weet te overleven en de vroeg-kinderlijke neurose helpt hierbij. 

Alleen: later is die overlevingsmethode niet meer nodig, maar wordt hij soms toch aangehouden. Dan is 'ont-neurotisering' nodig. 

Die deken-theorie zie je in werking als je mensen zegt dat ze af moeten zien van hun pedofiele gevoelens en levenswijze. Dit gebeurde mij dus. 

In therapie gebeurt dit natuurlijk ook nogal eens en anders doet een aangifte of zelfs een gerucht dit wel. Je ziet mensen dan in alle staten van paniek raken en tot op het bot toe onzeker worden. Vaak zeggen ze dan iets als 'ze kunnen alles doen, maar daar blijven ze vanaf', 'ze kunnen me alles afnemen maar niet dit', of woorden van zulke strekking. Ik interpreteer: 'haal mijn deken niet weg'. 

Daarom zegt men zoiets vaak juist niet; men zegt: 'we nemen je gevoel niet af, we leren je alleen er beter mee om te gaan'. De praktijk van de behandeling is vaak anders: men bestrijdt wel degelijk de fantasieën, gedachten en verlangens. Bernard ten Hag noemt dit 

"ontseksen, waarmee bedoeld wordt de seksualiteit te bevrijden van het idee dat het om louter seks gaat en dat problemen en frustraties via seks opgelost kunnen worden". (o.c. p. 19)

Dus seks mag niet alleen om seks gaan en je mag er geen problemen mee oplossen. Nou, dit zou een nieuwe seksuele revolutie in de maatschappij betekenen, maar het geldt uiteraard alleen voor 'pedofielen' zoals hij ze dan omschrijft en ziet. 

Nu kan ik u geen onderzoek vermelden en bespreken waarin bij duizend mensen de bronnen van hun pedofiele gevoelens zijn onderzocht. Zo'n onderzoek is er niet. Ik kan u maar één verhaal bieden, en dat is het mijne. En ik ben nu eenmaal maar één persoon. 

Bij mij werd de deken dus weggehaald. Er werd iets ontdekt en ineens kon er niets meer, naar mijn verwachting nooit meer. Ik raakte inderdaad in alle staten van paniek. Wat onder die psychische deken verborgen lag, kwam naar boven - en dat lag niet voor niets onder die deken verstopt want het waren heel akelige gevoelens die mijn ziel met die deken onder sim had gehouden. 

Nu was de deken weg, de rem was eraf en die akelige gevoelens heroverden stormenderhand hun kans om ook eens naar boven, naar het bewustzijn te komen. Het akelige gevoel was een mengsel van een heel fundamentele onzekerheid, eenzaamheid, pijn, verlatenheid, er alleen voor staan, verdriet. Ik noemde dit "mijn oersoep" omdat het van oude datum was en aanvankelijk een ongedifferentieerd mengsel van nog niet bij name genoemde gevoelens. Slechts gaandeweg de therapie kon het zojuist genoemde lijstje worden verteld. 

Olifanten

Ik droomde van een erg griezelige grote boze olifant in een kelder die met zijn zware poten tegen het stalen hek stond te bonzen, "Ik wil er uit!" Daarom staan er nogal wat olifanten in mijn verslag hiervan op mijn web site. Later in de therapie droomde ik van een olifant die ik aan een touwtje op een grasveld uitliet: de gevoelens waren bevrijd en niet meer gevaarlijk.

Wat was die olifant dan?
Ik ben een oorlogskind en mijn eerste ervaringen in het leven waren die van ernstige ziekte, ziekenhuizen, operaties, kinderopvang, intense eenzaamheid, honger, bombardementen - bij mij in de straat, maar ook het bombardement op Nijmegen in 1944 heb ik meegemaakt, en later pal naast ons vluchtadres -, soldaten, vlucht, onzekerheid, angst. 

Ik wilde niet eten, zei mijn moeder later - dit wijst op een vroeg-kinderlijke depressie. Ik was altijd zo flink, zei ze ook - wat wijst op het fors verdingen van genoemde gevoelens: hup, de kelder in daarmee! Ik belandde in een forse eenzaamheid: ik sloot mijzelf psychisch gesproken op in een ivoren toren waar ik onkwetsbaar was - maar ook erg alleen. Men noemt dit: narcisme. 

Narcisme geldt als standaard diagnose voor mensen met pedofiele gevoelens. Je leest het herhaaldelijk in de kranten. Maar pas op: het kan voor de één gelden, maar voor de ander niet. Pas op voor standaard-diagnoses die je al weet voor je de persoon gezien hebt. Ik heb er een persoonlijk essay over geschreven waarin ik de merkwaardige ervaring vermeld dat, zodra je hebt toegegeven dat je een dergelijk probleem hebt, het hele probleem weg ebt. Het blijkt typisch bij narcisme te horen dat de persoon zelf het ontkent. Het komt overigens naar vermoeden veelvuldig voor in de huidige narcistische maatschappij. 

Hoe dan ook, maak ik mij zorgen over de vele kinderen op de hele wereld die in oorlogsomstandigheden opgroeien. Aan aardbevingen, zeebevingen en orkanen kun je weinig doen - ja, dijken bouwen, maar als daarmee niet te verdienen valt doen ze dat in Amerika dus niet -, maar oorlog voeren is wel mensenwerk, dus we moeten wel iets doen aan vredeswerk via UNICEF of zo. Moeilijk werk - maar nu terug naar mijzelf als oorlogskind. 

Pijnstillers

Wat was de deken?
Zolang ik nog klein was, was dat mijn moeder. Zij was de grote pijnstiller. Dan kwam de Oedipale tijd: een jongetje moet dan zijn vader gaan navolgen. Mooi niet: dat vertikte ik. Ik haatte de man en adoreerde mijn moeder. Ik schafte hem voor mijzelf af als vader en ontliep hem verder. Psychologen noemen dit 'de negatieve oplossing van het Oedipus complex'. 'Negatief' niet op te vatten als 'slecht', maar als 'omgekeerd als de bedoeling was': de jongen verwerpt zijn vader als model en volgt zijn moeder na. Op zich geen slechte keuze voor een kind: mijn vader was nors, mijn moeder was zorgzaam. Ik werd een zorgzame man, een jeugdwerker, groepsleider, orthopedagoog. 

Ook dit lees je vaker in diagnostiek: klassiek zijn de zeer nabije moeder en de afwezige vader, maar pas op: dit is nu juist de standaard situatie in de huidige Nederlandse gezinnen, waarin toch niet iedereen tot pedofiele gevoelens geraakt. Je mag een dergelijke redenering niet omdraaien, zoals dat in de delictketen wel gebeurt. Pas andermaal op voor standaard diagnoses. Zo'n Oedipale problematiek wordt ook vaak vermeld. Maar deze is ingewikkeld. Ook hierover schreef ik een essay. Terug nu naar mijzelf. 

Mijn ziel liep dus lekker op wieltjes met mijn moeder als deken ofwel pijnstiller. Maar ja, de puberteit komt en de jongen neemt dan toch instinctief afstand van de moederfiguur. Maar ik vond een nieuwe deken.

Ik kon al als jonge tiener werken in een clubhuis voor straatschoffies. Daar bloeide ik, tot dan toe een stille grijze muis, op als een bloem in de lente. Ik had de vitaliteit die ik in mijzelf verdrongen had, nu om mij heen en voelde mij zo een completer mens. En de zorgzame moeder die ik miste werd in een spiegelbeeld vervangen door de zorgzame groepsleider die ik mocht zijn. Dat was de nieuwe deken, de nieuwe pijnstiller. Zorg voor kinderen werd de rode draad in mijn leven. 

Die spiegelbeelden zie je vaker; je leest dan in de diagnostiek dat 'betrokkene de slechte relatie met zijn vader heeft gecompenseerd door als een goede vader voor de kinderen te zijn'. 

Een seksuele component hierin was ik mij vagelijk bewust, zoals ik al schetste. Pas door de omgeving werd dit bewustzijn scherper. 

Het huwelijk leek alles perfect op te lossen: een prima deken, een prima pijnstiller - ja, tot het toch gaandeweg stuk liep. Waarop? Ik was een lieve man, zei mijn vrouw, en een prima vader - dit zei en zegt mijn dochter ook -, heel zorgzaam, maar zij miste toch iets. Wat? De seksuele passie voor haar. Ja, die had ik niet in huis. Die was niet ontwikkeld. Mijn mannelijkheid was niet zo sterk. 

Dat heb je ervan als je in de oedipale leeftijd je vader afschaft en het vertikt hem na te volgen. En met je mannelijkheid blijft je mannelijke seksualiteit onderontwikkeld. Je seksualiteit blijft hangen op een bepaald niveau en ontwikkelt zich niet verder. Veel mensen zeggen dit en zeggen 'laat maar zo'. In een huwelijk gaat dit wringen. Je kunt mensen met pedofiele gevoelens dus niet zo maar aanraden achter de vrouwen aan te gaan. 

Ik zat dus mooi met de gebakken peren, na die scheiding, maar mijn ziel wist andermaal wel raad: daar kwamen de pedofiele gevoelens uit hun zijkamertje aanzetten: de deken, de pijnstiller. Dat liep toen uit de hand. De deken moest daardoor weg en ik raakte in paniek - een vruchtbare paniek, naar later bleek: de olifant kwam los, bleek helemaal niet zo eng te zijn en werd tam. Dit was de 'ont-neurotisering'. Dat is in die therapie gebeurd. 

Het hele proces staat vrij uitvoerig beschreven op mijn web site: bij de persoonlijke essays. En de mannelijkheid? Tot mijn schrik kreeg ik homoseksuele dromen, maar besloot daar verder niets mee te doen, net zo min als met de pedofiele (in mijn definitie) gevoelens.

7. De hulpverlening

Duidelijk zal zijn dat ik echte psychotherapie als een goede methode van hulpverlening zie. Er zijn meer methoden en ik deel deze in drie groepen in volgens het bijgevoegde schema, dat vermoedelijk voor zichzelf kan spreken. We kunnen er niet uitvoerig op ingaan, maar wel enkele kanttekeningen plaatsen. 

Het rechter model vraagt weinig toelichting. Het middelste model is de zelfhulp in de zelfhulpgroep. Daarbij dient opgemerkt te worden dat dit wel hulpverlening is, maar geen therapie. Een gespreksleider of -partner is hier niet 'de therapeut'; hij is zelf ook cliënt en leidt hooguit het gesprek in banen, en wel de baan van de zelfhulpgroep, niet die van de therapiegroep. Gezegd dient te worden dat dit een vorm van eerste- of zelfs nulde-lijns hulpverlening is - en dus ook  niet meer pretenties mag hebben. Desondanks zeggen veel mensen ermee geholpen te zijn in de kleine 25 jaar dat ik dit doe. 

Die steungroep ( in het vak 'methode') mag ik even apart vermelden: men vormt een steungroep van particulieren om de cliënt heen. Dit model is afkomstig uit kerkelijke kringen, het werkt en het inspireert. Hier gaat men de zondebokvorming juist tegen. Daarom heb ik een artikel daarover ook vertaald

Nog iets stip ik even aan, het staat in het schema: er ontstaat in die groepen een eigen ethiek. Deze verschilt dus wel iets per groep, maar globaal genomen kiest men ervoor 

geen schade aan te richten en het risico hierop niet te nemen, 

uiteraard geweld en manipulatie te vermijden, 

op het ontwikkelingsniveau van het kind te blijven en 

open te zijn naar de ouders. 

In praktijk komt dit neer op: handen thuis houden, modern gezegd: hands off. 

Zie

Ethiek en mensenrechten in jeugd-ouderen relaties; 'Richt vooral geen schade aan', en

"Ik wist er geen raad mee", Jongeren spreken achteraf over vrijwillig aangegane seksuele contacten met volwassenen - beide op deze web site.  

In het linker model zitten we meteen al in de tweede- of derde-lijns hulpverlening, en wel in de tegenwoordig standaard toegepaste methode. Uit de gekozen termen blijkt al dat ik nogal kritiek heb op deze methode. 

In mijn lezing in Parijs, nu in zes talen on line - zie literatuurlijst - ga ik uitvoerig in op mijn kritiek op dit behandelingsmodel. Kort gezegd gaat het om de uitgangspunten, de mensvisie dus. Ik zie dan dat men de therapeuten in een geheel andere visie ziet dan de cliënten: de therapeuten zijn rationeel denkende handelende wezens die helemaal OK zijn, de cliënten zijn zich gedragende wezens, geleid door prikkels en denkfouten, die van geen kant deugen. Zo'n splitsing is voor mij niet aanvaardbaar. Filosofisch niet, als mens niet. 

Maar vooral ook om de hoeveelheid dwang die in deze methode wordt toegepast. Onder grote druk wordt het correcte denken en voelen aangeleerd. Dit is voor mij op zich al niet aanvaardbaar. Maar ook therapeutisch werkt het niet: het lokt schijngedrag uit. Ik vraag mij af of de behandelaars dit nu ook in de gaten hebben of dat men in de eigen illusie van 'behandelen' blijft geloven. Denkfout, lijkt mij. Men gaat de behandelaars naar de mond praten en verandert van binnen niet, hooguit in wat van buiten zichtbaar gedrag is. 

Ik ben buitenbegeleider van zo'n behandeling geweest. Op het eind wordt, met ouders en buitenbegeleiders en zo meer erbij, een presentatie gehouden en een certificaat uitgereikt. Toen de cliënt en ik buiten de kliniek stonden en een kroegje opzochten, zei de man: "Zo, eindelijk, dat half jaar toneelspelen is nu afgelopen."

8. Problemen

Ik eindig niet met oplossingen, maar met problemen.

Onderzoek

Onderzoek in dit onderwerp is buitengewoon moeilijk. Je vindt vrijwel geen respondenten die de waarheid willen spreken. Wie je wel vindt vormen een eenzijdige steekproef: actieve mensen of veroordeelde mensen. Eerlijke conclusies zijn ongewenst. Rind en zijn team kwamen tot die conclusie van 'slechts 4% blijvende schade'. Hij heeft het geweten. Zijn onderzoeksverslag werd door het Amerikaanse Congres veroordeeld. U kunt dit volgen door vanuit de literatuurlijst te surfen en her & der op links te klikken. Voor objectief onderzoek is vrijwel geen ruimte, alleen voor onderzoek met zeer beperkte en al eenzijdige vraagstellingen. Als je in Nederland publiceert, moet je je altijd matigen in je conclusies, wil je als scriptiestudent ooit nog een baan krijgen en zonder al te veel bedreigingen verder leven. Het klimaat is ronduit grimmig. Het probleem ligt ook breder: 

Maatschappij

Er is een proces van zondebokvorming en demonisering in volle gang. Elke vorm van verdenking, gerucht, melding, aangifte of klacht wordt, ook bij vrijspraak, met bedreiging beantwoord. In praktijk moet men verhuizen en is men zijn baan kwijt. Hiervan wordt actief gebruik gemaakt: van mensen die opvattingen publiceerden is de werkgever ingelicht die vervolgens ontsloeg. Let wel: geen daden, alleen ideeën. 

Eigenlijk mag ik ook niet het woord voeren over dit onderwerp: als je zelf pedofiele gevoelens hebt, mag je nog net zeggen dat het weer mooi of koud is, maar verder eigenlijk niets. Iemand met pedofiele gevoelens kan natuurlijk niet ook een wetenschapper zijn: die is natuurlijk bevooroordeeld. Tegenstanders zijn dit natuurlijk niet. Zwangere vrouwen mogen niets zeggen over zwangerschap, nietwaar, en getrouwde mannen niets over het huwelijk: bevooroordeeld. Dominees dus ook niets over God, vrouwen niets over feminisme, onderwijzers niet over onderwijs, journalisten niets over journalistiek, onderzoekers niet over onderzoek doen: allemaal bevooroordeeld. Klopt dit niet? Inderdaad, dit kan niet kloppen - alleen voor 'pedofielen' klopt het natuurlijk wel. 

Diagnostiek

Hier ligt een fors probleem. Ik heb nogal wat diagnostiek verzameld en schrijf er nu over. Ik vertelde van de mensen die volstrekt normaal waren tot zij, hierom expliciet gevraagd, vrijuit over hun gevoelens en ideeën begonnen te praten: toen waren ze ineens zwaar gestoord, gevaarlijk en rijp voor tbs. Een van mijn conclusies is vooralsnog dat er nauwelijks objectieve criteria zijn en dat men vrijwel volledig is overgeleverd aan de toevallige man of vrouw die de diagnose moet stellen. De invalshoek van mijn artikel, hoofdstuk in een toekomstig boek, is: de valkuilen van de forensische diagnostiek. Het wemelt ervan. En men tuint er in. Let op, kijk uit, studeer nauwgezet. 

Behandeling

Hier lijkt geen probleem te liggen omdat de klinieken als paddestoelen uit de grond schieten en men het in die klinieken nogal eens is over de te volgen weg: het cognitief-gedragsmatige model. Ik heb daar nogal wat kritiek op, onder andere dat het berust op machtsgebruik en illusies. De cliënten zelf vinden het een nachtmerrie. Ik verzamel hun ervaringen, heb tot nu toe alleen nog Engelstalige verslagen, maar die vertellen van een nachtmerrie, niet van een therapie. Zie het onderdeel "Experiences with treatment" op mijn helping-people.info site.

Grote zorgen maak ik mij om de enorme toename van tbs-adviezen en -veroordelingen. Het lijkt een automatisme te worden. Zelfs kon iemand zonder tbs-veroordeling toch in zo'n kliniek belanden via een civiel proces, aangespannen door zijn reclasseringsman die hem gevaarlijk vond. Waarom? Niet om iets dat hij gedaan heeft, maar om iets dat hij zou kunnen gaan doen. Dit is de trend. Duidelijk is dat ik mij ook over de moderne reclassering zorgen maak. 

En eenmaal binnen dit type behandeling, hetzij intern, hetzij ambulant: wie niet meezingt met het liedje van de staf, wordt gezien als 'niet meewerkend aan de behandeling' dan wel 'niet behandelbaar'. Hup, achter de tralies met die man, of hup, de long stay in: levenslang om iets dat men zou kunnen gaan doen. Over zondebokvorming en demonisering gesproken. Ik maak mij zorgen. Ik bezoek met regelmaat gevangenen en tbs-passanten. Maar laat mijn zorgen maar aan mij: Gaat u verder met studeren. 

9. Studeren

Ik eindig bij u als studenten. Ik vraag mij af wat u aan onderwijs krijgt over dit onderwerp en welke literatuur u daarbij krijgt aangeboden - naar ik vrees: uitsluitend binnen het gedragsmodel. Lees in elk geval het boek van Dennis Howitt, uitverkocht maar door mij on line beschikbaar gemaakt door het boek te scannen, toch wel hét standaardwerk op dit gebied. 

Ik begeleidde een studente psychologie van de Radboud Universiteit hier in Nijmegen bij haar scriptie. Zij wilde wel schrijven over 'pedofilie', maar geen docent wist haar een literatuurlijstje te geven. Dit hoor ik uit meer steden. Zij wendde zich tot een niet ver van Nijmegen gelegen kliniek: die zou toch wel iets weten. Ja, inderdaad, maar ik heb nooit eerder zo'n eenzijdige en slechte literatuurlijst gezien. Een hele reeks artikelen, allemaal over sex offenders en allemaal met een zeer beperkte invalshoek, erg specialistisch en technisch, alleen maar over klinische behandeling, niet door te komen voor een student. 

Er is door de medewerker van de kliniek die deze lijst maakte kennelijk geen moment geluisterd naar de studente: wat zij nu wilde onderzoeken en op welk niveau en met welke vraagstelling. Men gaf puur weer waar de kliniek op dat moment kennelijk zelf mee bezig was. Maar dit zijn dus de mensen die hun cliënten moeten leren zich in te leven in hun medemensen; althans de samensteller van die lijst heeft totaal niet geluisterd, niet gevraagd, niet open gestaan, helemaal niet in de gaten gehad dat zij een heel andere vraagstelling had. Ik heb in overleg met de Nijmeegse docent een geheel nieuwe lijst samengesteld. De scriptie is inmiddels afgerond.  

Beste studenten, verdiept u zich grondig in dit onderwerp. Zie de literatuurlijst, stel vragen, wees kritisch en zelfkritisch: 

Definieer correct en inspecteer of u een definitie heeft gemaakt of een preek;

stel uzelf vragen en inspecteer of het vragen zijn en geen verkapte preken; 

maak onderscheid tussen gevoel en daad; 

onderscheid moraal en wetenschap; 

lees, lees, lees & lees, ofwel: studeer; 

kijk kritisch naar theorieën en behandelingsmodellen en praktijken;
en tenslotte:

kijk ook kritisch, maar ook met open geest naar wat ik u vandaag te zeggen had.

 

Start Omhoog Samenvatting Literatuur Vragen