Vorige Start Omhoog Volgende

SAMENVATTING

Conflict en Contact

Een onderzoek naar handelingsmogelijkheden voor groepsleiders
bij botsingen en conflicten in de dagelijkse leefsituatie

Door Frans E. J. Gieles

Proefschrift, Rijksuniversiteit Groningen, 1992

Introductie

Groepsleiders in tehuizen voor jeugdigen staan dagelijks voor de taak, om te gaan met botsingen en conflicten in de dagelijkse leefsituatie. Het verloop van deze gebeurtenissen achten zij in hoge mate bepalend voor de sfeer in de groep. Het omgaan ermee vinden zij zowel belangrijk als moeilijk.

1. De literatuur

In een beperkte literatuurstudie zijn enkele, in de residentiële orthopedagogiek* (* Dit vak bestudeert de hulpverlening aan jeugdigen in tehuizen) toonaangevende auteurs geraadpleegd. Hun methodische ideeën over het omgaan met conflicten lopen uiteen en laten vooral de vraag naar de bruikbaarheid ervan in de dagelijkse leefsituatie open. Zo ontstond de vraagstelling:

2. De vraagstelling

Via welk proces is het mogelijk een methodiek te ontwikkelen die voor de groepsleiding bruikbaar is om met botsingen en conflicten in de dagelijkse leefsituatie om te gaan en tot welke methodiek leidt dit?

Onder methodiek is verstaan: een samenhangend geheel van als juist te beargumenteren, bruikbare en vruchtbare handelwijzen die de groepsleiding in de dagelijkse leefsituatie kan kiezen, uitvoeren en verantwoorden..

 3. De funderende visie

De visies in de orthopedagogiek zijn ingedeeld aan de hand van de begrippen 'gedrag' en 'handelen '.

Kiest men 'gedrag' als kernbegrip, dan ziet men de mens als een wezen wiens gedrag bepaald is door wetmatigheden of regelpatronen. Wetenschap is dan het verwerven van objectieve kennis van feiten, wetmatigheden, regelpatronen en van methoden om het gedrag te beïnvloeden of te beheersen; normen en waarden vallen dan buiten het wetenschappelijke bereik.

Kiest men daarentegen 'handelen' als kernbegrip, dan ziet men de mens als een wezen dat kan handelen; dat is: betekenis geven, zich doelen. normen en regels stellen en werkwijzen kiezen en verantwoorden. Wetenschap is dan het doen van als geldig te beargumenteren uitspraken over de feitelijke, de sociale en de subjectieve werkelijkheid, inclusief normen en waarden. Zo kan men het menselijk handelen verbeteren en zich emanciperen: zich ontworstelen aan beheersing.

Binnen de orthopedagogiek treffen we beide visies aan.

Sommigen bezien kind en volwassene slechts als zich gedragende wezens;

anderen zien de volwassenen als handelende wezens en het kind als een zich gedragend wezen, dat door effectieve interventies beïnvloed kun worden;

weer anderen zien én volwassene én kind als handelend wezen.

Bij deze laatste visie is aangesloten. Dat is de visie van de kritische orthopedagogiek. Hierin tracht men, kritisch staande ten opzichte van de huidige sociale werkelijkheid, de horizon van het bekende te verbreden en nieuwe handelingsmogelijkheden te ontwikkelen om te. kunnen handelen, waar anderen het niet meer wisten.

4. Het handelingsonderzoek

Dat is onderzoek dat antwoord tracht te geven op praktische vragen en dat uitgaat van de visie op de mens als handelend wezen. De wetenschaps-theoretische onderbouwing ervan is o.a. opgezet door Moser en steunt vooral op de Kritische Theorie, met name op Habermas' bijdrage daaraan. Handelingsonderzoek gebeurt samen met praktijkwerkers die hun eigen situatie, hun handelen en hun mogelijkheden onderzoeken. Het product daarvan is kennis van het type 'weten te handelen' .

Handelingsonderzoek verloopt in een spiraalvormig proces: praktisch handelen, gegevens verzamelen, bewerken en bespreken, ideeën ontwikkelen over 'beter handelen' en deze in de praktijk uitproberen, waarmee de cyclus weer opnieuw begint. Het prototype van de gegevens is het verhaal over het handelen zoals dat door een actor* verteld is. De kern van de onderzoekscyclus is de discours: een regelmatig terugkerend gesprek tussen alle deelnemers, waarin alle uitspraken op geldigheid beoordeeld worden aan de hand van vier (aan Habermas ontleende) criteria: waarheid, juistheid, waarachtigheid en begrijpelijkheid. Handelingsonderzoek kent een eigen methodologie** en eigen criteria. Deze verschillen van die van het positivistische*** onderzoeken van gedrag omdat de vraagstelling anders is en omdat de visie op mens en wetenschap anders is.

* Dat is degene die de handeling verricht heeft.
** Methodologie is: onderzoekskunde.
*** De positivistische methode is de meest gehruikelijke methode van onderzoeken; men wil daarmee de objectieve feiten en hun samenhang ontdekken. beschrijven en verklaren.

5. De werkwijze in het onderzoek

Om handelingsmogelijkheden te ontwikkelen, dient de handelwijze van de praktijkwerkers te worden beschreven, geanalyseerd en bediscussieerd. Daartoe is het begrip 'handelwijze' uiteengelegd in zeven elementen, te weten:

(1) De wijze waarop de situatie waargenomen en geïnterpreteerd is. 

(2) De doelen die gekozen zijn.

(3) De werkwijze die gekozen is.

(4) De wijze waarop de afloop is waargenomen en geïnterpreteerd.

(5) De bevinding achteraf.

(6) De inzichten en vragen die zijn opgekomen.

(7) De weg waarlangs naar verbeterd handelen wordt gezocht.

Aan de hand van deze zeven elementen werd de handelwijze bij het verrichten van handelingsonderzoek uiteengelegd door een onderzoekscyclus van zeven stappen te beschrijven. Met behulp van dezelfde zeven elementen konden de verhalen van de groepsleiders worden opgeschreven, geanalyseerd, vergeleken en besproken. De groepsleiding werd gevraagd van hun handelwijzen te vertellen in logboeken. Dit materiaal is bewerkt, hetgeen onder andere inhield dat de verhalen van de groepsleiders zijn geanalyseerd en met elkaar zijn vergeleken. De ontwikkeling van de ideeën vond plaats in regelmatige discours-teambesprekingen. De ontwikkelde handelwijzen werden vervolgens in de praktijk beproefd door de groepsleiding, door studenten en door de auteur. Ook daarover werd het verhaal verteld, hetgeen in het spiraalvormige proces weer werd geanalyseerd en besproken. Zo ontwikkelden zich methodische ideeën die de toets der kritische beproeving en bespreking konden doorstaan.

6. De eerste periode van het onderzoek

Hierin is met vier teams van leefgroepen waarin tieners woonden de onderzoekscyclus afgelegd. Dit gebeurde teamsgewijs; de teams begonnen, los van elkaar, kort na elkaar aan de cyclus, die gemiddeld twaalf maanden duurde.

De methodische ideeën die met deze vier teams ontwikkeld en gelijktijdig beproefd zijn, zijn bijeengezet in een werkstuk. Dit vormt het tussenproduct: een voorlopige. conflicthanterings-methodiek. Essentieel hierin is het idee om over conflicten niet te denken (en dus niet te handelen) in termen van macht, maar in termen van contact en daarnaar te handelen. Het eerste kan al snel leiden tot escalatie en tot een vicieuze cirkel van conflicten; het tweede biedt een grotere kans op het oplossen van conflicten. Het ontwijken van conflicten wordt afgeraden; men ontwijkt dan ook het contact en lost eigenlijk niets op.

7. De tweede periode van het onderzoek

Dit tussenproduct is vervolgens, op uiteenlopende wijze, aangeboden aan de teams van zeven andere groepen waarin ook jongere kinderen en volwassenen woonden. De voorlopige conflicthanterings-methodiek is zodoende beproefd en gelijktijdig verder ontwikkeld. In deze periode werd in essentie op dezelfde wijze gewerkt als in de eerste; ook hier is per team dezelfde cyclus afgelegd, hier in gemiddeld zeven maanden.

Vijf van deze teams gingen over tot een methodiek die in de lijn van de. voorlopige methodiek lag; twee teams wilden en deden dit niet. Deze methodiek bleek bruikbaar en probleemoplossend áls men er, op grond van de eigen visie, mee wiIde werken.

8. De derde periode van het onderzoek

Hierin is niet meer in het veld gewerkt, maar door de auteur alleen. De gegevens uit alle elf groepen zijn nog eens nader bezien, met elkaar in verband gebracht en vergeleken. Ook zijn in deze periode de voornaamste begrippen, die in de loop van het onderzoek naar voren  gekomen zijn, nog eens kritisch bekeken, omschreven en nader beschreven.

Onder andere bleek het nu mogelijk om, via een proces van stapsgewijze abstrahering. de door de groepsleiding vertelde handelwijze bij botsingen en conflicten te ordenen in drie categorieën, drie aangetroffen handelwijzen, te weten

I   GEDRAG BEHEERSEN, daartoe zo nodig conflicten winnen,

II   PERSOON ONTMOETEN, daartoe zo nodig conflicten oplossen met behoud van contact en

III  CONFLICT ONTWIJKEN, daartoe afstand bewerkstelligen.

Elk van deze handelwijzen is beschreven met behulp van de zeven elementen.Daarna kon het eindproduct van dit onderzoek geformuleerd worden:

het theoretisch kader, bestaande uit een serie kernbegrippen,

een nomratieve, theorie* over het omgaan met botsingcn en conflicten in de dagelijkse leefsituatie en

een methodiek.

* Een normatieve theorie beschrijft niet hoe de werkelijkheid is, maar hoe deze zou kunnen en behoren te zijn.

9. De methodiek

Deze bestaat uit de drie aangetroffen handelwijzen en uit een voorkeursadvies dat beargumenteerd wordt. De methodiek is in het kort weergegeven in de vorm van een drieluik waarop de drie aangetroffen handelwijzen, aan de hand van de zeven elementen, op een bepaalde wijze staan weergegeven.

Centraal en onversneden staat handelwijze II, 'persoon ontmoeten'; het advies is bij voorkeur zo te werken en deze handelwijze als basis te kiezen. 

Als tweede in voorkeur staat de handelwijze III, 'conflict ontwijken', terzijde en enigszins versneden. Het advies is: onderken dat je hier soms op aangewezen bent, doch kies deze handelwijze niet als basis. 

Als laatste in voorkeur staat, terzijde en sterker versneden, de handelwijze I, 'gedrag beheersen'. Het advies is: slechts indien noodzakelijk tijdelijk zo te werk te gaan, doch slechts op basis van het normaliter werken in handelwijze II en om naar die laatste handelwijze II ook weer terug te keren.

De bruikbaarheid van deze methodiek, ontwikkeld bij een bepaalde populatie, is niet dat men zou zeggen: 'Zo werken we voortaan. ' De bruikbaarheid bestaat hieruit dat men deze methodiek, vervat in dit drieluik, kan benutten als vruchtbare opstart van een discussie over een team en populatie-eigen methodiek.

10. De orthopedagogiek als handelingswetenschap

Indien de ontwikkelde begrippen, theorie en methodiek als waar, juist, waarachtig en begrijpelijk beoordeeld worden, is er nog een product: een bruikbaar gebleken methode voor het ontwikkelen van methodiek.

Het gebruiken van deze methode betekent het inslaan van een richting: die van het centraal stellen van het handelingsverhaal van de groepsleider (ouder, pleegouder etc.) en het mét deze groepsleider (etc.) kritisch bespreken daarvan. Dat is de richting van het handelingsonderzoek, dus van de handelingsvisie. Dit impliceert dat men het positivistische gedragsonderzoek mét de onderliggende gedragsvisie niet meer als de enige juiste weg kan zien.

Ook werk-inhoudelijk is een richting ingeslagen. die van het centraal stellen van hetgeen het kind ons, ook in lastig doen en laten, te zeggen heeft; het betekent het serieus nemen en respectvol onder ogen zien daarvan. Men neemt dan ook het kind serieus als handelend wezen, als jonge persoon.

Met die jonge persoon contact aangaan in een dagelijkse leefsituatie betekent ook: met hem of haar botsen en in conflict komen. Het op de hier geschetste wijze aangaan en doorkomen van die botsing en dat conflict betekent ook: contact leggen, de persoon ontmoeten. Dan kan de groepsleiding het residentiële orthopedagogische werk doen: handelen waar het anderen niet meer lukte. Zij kan die (soms lastige) jonge persoon een leefsituatie aanbieden en de,ze. met hem of haar delen; dankzij conflict en contact.

De Methodiek

 

3
Werk slechts zo nodig tijdelijk volgens
handelwijze I

2
Kies bij voorkeur en als basis

handelwijze II

3
Werk eventueel volgens
handelwijze III

Naam

Gedrag beheersen,
daartoe zo nodig conflicten winnen

Persoon ontmoeten,
daartoe zo nodig conflicten oplossen met behoud van contact

Conflict ontwijken,
daartoe afstand bewerkstelligen

1. Interpretatie

Ongewenst gedrag, gezien vanuit regels en vanaf een afstand.

Handelen van iemand als ik, een persoon.
De schaduwkant bevat belangrijke boodschappen.

Interpretatie vanuit angst en onmacht of praktische motieven.

2. Doel

Gedrag beheersen, daartoe zo nodig conflicten winnen.

Persoon ontmoeten, daartoe zo nodig conflicten oplossen met behoud van contact

Conflict ontwijken, daartoe afstand bewerkstelligen.

3. Werkwijzen

Als functionaris macht gebruiken om te beheersen en zo de regels te hanteren.

Gedrag in banen leiden.

Contact leggen inclusief de schaduwkant als persoon in de gedeelde leefsituatie.
Adequaat communiceren, i.h.b. over kennelijk belangrijke boodschappen, ook die vanuit de schaduwkant.
Ruimte bieden voor personaliteit en hulpvragen.
Onvoorwaardelijke zorg.
Zo nodig confrontatie aandurven en conflict aangaan met behoud van contact als doel, dus adequaat strijdend communiceren.
Macht met mate: slechts om contact te leggen en conflict op te lossen.

Zich inhouden.

Verhullen.

Uitstellen.

Afhouden.

Neutraliserend reageren.

4. Afloop

Tijdelijke rust.
(Schijn)aanpassing.
Escalatie.
Omgangsbreuken.
Vicieuze cirkel.
Strijdrelaties

Contact beter.
Conflicten oplosbaar.
Echte rust.
Hulpvragen zichtbaar.
Groep levendig, maar geen chaos.
Onderlinge overheersing neemt af.

Tijdelijke rust.

Communicatie moeilijk.

Conflict komt toch.

5. Bevinding achteraf

Tevredenheid.
Spanning.
Twijfel.
Onmacht.

Moeilijk, vermoeid, maar meestal tevreden.

Adempauze.
Spanning.
Angst.

6. Inzichten

Gedragsinterpretatie bevestigd.

Contact is zinvol doel.
Conflict kan contact bewerkstelligen.
Je leert jezelf en je groep kennen.
Vraag naar hulpverleningsmethodiek.

Conflict ontwijken is contact ontwijken.
Dit werkt alleen op korte termijn.

7. Zoekweg

Betere beheerstechnieken zoeken.

Zélf ontwikkelen.

Naar bewoners luisteren.

Steun zoeken bij anderen.

 

Naar een lijst met publicaties vanuit dit onderzoek

Vorige Start Omhoog Volgende