Vorige Start Omhoog Volgende

Uit:
Hoofdstuk IV: De eerste drie fasen van het onderzoek.

FASE II: Oriëntatie op het werk van de groepsleiding
Hieruit:

§ 2. Het inhoudelijke resultaat

1. In de regio Amsterdam

[Blz. 106 - 112]

[Hier vond de oriëntatie op het werk van de groepsleiding o.a. plaats in een groep voor peuters en kleuters, Hubertus genaamd.
Deze fase leidde hier wel tot methodische vragen, maar nog niet tot methodische antwoorden ofwel methodiek. 
Daarom worden hier kortheidshalve slechts de vragen weergegeven die in de volgende fasen zijn uitgediept.]

[Blz. 110 & 111]

a. Omgaan met conflicten

b. Omgaan met verdriet en angst

Omgaan met conflicten, vooral aan tafel Omgaan met verdriet en angsten
Beroepsmatig boos zijn Beroepsmatig lief zijn
Het begrip 'normaal'  
Omgaan met gevoelens:
Kun je ze uiten of moet je ze inhouden?
Hoe kun je er zelf tegen, mee omgaan?
 

 

c. De handelwijzen van het team

[Er bleken verschillen in werkwijzen die elkaars tegenpool leken te zijn en die dus de vraag opwierpen naar vruchtbare methodische ideeën hierover. Ze worden hier weergegeven omdat er later op wordt teruggekomen en omdat een soortgelijke dialectiek ook in de andere kringen speelde.]

[Blz. 112]

 Sommigen / enerzijds

 ↔

 Anderen / anderzijds

Contact aangaan, bevorderen, herstellen

Contact verbreken

Niet ingaan op ongewenst gedrag; soms wel alternatieven aanreiken

Juist wel ingaan op ongewenst gedrag

Strijd aangaan

Strijd vermijden

Regels loslaten

Regels aanhouden

Eigen gevoelens uiten

Eigen gevoelens achterhouden

Fantasie stimuleren

Realiteit aanbieden; grens tussen fantasie en realiteit bewaken

Erkennen van en ingaan op gevoelens als angst en verdriet

Vermijden en beteugelen van gevoelens als jaloezie, boosheid en agressie

Veiligheid tonen via troosten, troetelen, begrip tonen, bevestigen, meeleven, angst verminderen

Veiligheid bieden door het reguleren van situaties

Particulier handelen

Beroepsmatig handelen

2. In de regio Amersfoort

Als illustratie van de inhoudelijke resultaten (en ten dele ook de weg hiertoe) wordt hier slechts een klein deel van de inhoudelijke resultaten weergegeven vanuit kring 2. Deze was gegroepeerd rond De Hohorst, een tehuis voor adolescente zwakbegaafde meisjes. Van de naar voren gekomen thema's worden er hier twee besproken:

a. het omgaan met de vraag om aandacht en

b. het omgaan met regels en afspraken. Daarna wordt

c. een samenvattend overzicht gegeven van de handelwijze van het Hohorstteam dat als geheel meedeed.

 

a. Het omgaan met de vraag om aandacht

Het feit dat de meisjes alsmaar vragen om aandacht, komt in 40 van de 196 verhalen naar voren. Veel gedrag werd door het team ook geïnterpreteerd als

[Blz. 114] 

het vragen om aandacht. Vaak gaat de vraag samen met het uiten van onduidelijke lichamelijke klachten. De groepsleiding ervaart dit als onplezierig; het werd "oeverloos" en "bodemloos" genoemd. Het lijkt nooit genoeg te zijn, de meisjes willen je het liefst voor zichzelf alleen hebben, hun verhalen zijn (zo is de interpretatie in eerste instantie) inhoudsarm: het luisteren ernaar levert niets op. Ook het eindeloos 'plakken' en soms gelijktijdig 'pesten' werd gezien als aandacht vragen. Een extreem voorbeeld van wat als aandacht vragen gezien werd is in de notitie gebruikt om het denkproces in de kring te starten:

Het verhaal: Pillen slikken, deel I

Betty heeft pillen ingeslikt (... ), de dokter erbij gehaald (... ); die zei dat haar maag leeggepompt moest worden. Wij naar het ziekenhuis en daar moest ze een nachtje blijven; ze komt morgen waarschijnlijk, dus op haar verjaardag, weer terug.

De volgende dag: 

Betty is vanochtend uit het ziekenhuis gehaald. Hier had ze al volop de aandacht op zich weten te vestigen omdat ze jarig is, en dit bleef ook zo toen ze weer hier kwam. Ze had er geen zichtbare moeite mee om de groep weer in te stappen en de groep reageerde net als anders. Alleen onder het eten kon ze het niet laten te vertellen hoe ze zich verweerd had toen haar maag werd leeggepompt. Maar daar werd door niemand op gereageerd, dus hield ze maar op.

Om de lezer meteen een blik te gunnen in de werkwijze in het onderzoek, volgt hier 

een deel van de notitie 

die aan de kring is voorgelegd, de passage die volgt op dit verhaal. Het is een voorbeeld van de kritische vragen die in de notities aan de kring werden voorgelegd.

Dit is een verhaal op gedrags-niveau: er is waargenomen wat Betty deed. De interpretatie is, zo te lezen: aandacht trekken. Op deze manier is dit bepaald niet gezond, dus bepaald niet gewenst; dus hoe minder aandacht op deze wijze, hoe beter.

Zo lijkt de achterliggende redenering te zijn. Klopt dat? Leuke redenering - ... als hij ook helpt! en daar lijkt het verhaal niet op, want nog op de zelfde dag herhaalt zich hetzelfde gedrag. Nu echter wordt er ook áchter het gedrag gekeken door de groepsleider die de dienst heeft overgenomen:

Het verhaal: Pillen slikken, deel II 

Betty kwam nogal opgewonden terug van het gesprek en in eerste instantie maakte ze toen een scène over de (anti-conceptie)pil die ze van mij zou krijgen, maar dat duurde haar te lang. Toen ze hem kreeg, begon ze gelijk te dreigen dat ze ze allemaal tegelijk in zou nemen. Ze vertelde dit ook aan Ineke en Ursula, en vooral Ineke raakte toen wat van slag. Ik heb Betty toen een tijdje genegeerd. 
Na tien minuten kwam ze me weer opzoeken om te vertellen dat ze ze allemaal ingenomen had.

<<< (1)

(3a)
gedrag
genegeerd

<<< (4a)

De notitie vervolgt dan met: 

Tot zover lijkt het verhaal op dat van de dag ervoor, alleen is de pil in kwestie nu minder gevaarlijk. Dat maakt medische zorg niet zo acuut, en de groepsleider maakt van deze ruimte gebruik om eens áchter het gedrag te gaan kijken, te zoeken naar de betekenis ervan:

[Blz 115] 

Vervolg van het verhaal: 

Ik heb haar toen gevraagd of ze met dat gesprek in haar maag zat en of ik daarbij kon helpen. gezocht 
Daar bleek toen een heleboel angst en boosheid vandaan te komen. Alles was namelijk opgeschreven en dat zou allemaal in de stafbespreking besproken worden. Ze pikte het niet dat wij gingen roddelen, ze wilde er zelf bij zitten en zou nooit meer met Jan (de maatschappelijk werker) gaan praten. 
Die kant wil ik niet op.

(3b) 
Achtergrond gezocht

(4a)
Die komt: 
angst, boosheid 

Uit het kringgesprek hierover:

Frans: "Als je nu éérder op de inhoud van die problemen en gevoelens ingaat, voorkóm je dan niet dat ze zich uit door flauw te vallen?"

Rita: "Zo eenvoudig is het ook weer niet: als je tijdig de kurk van de fles haalt, komt er een problematiek naar boven waar je ook weinig mee kunt. Het is een uiterst moeilijke thuissituatie. (. ..) Je moet daar heel subtiel mee werken. De kurk van de fles halen, het gevoel uiten, daar ben je er nog niet mee. Dan komt er nog heel wat. ( )"

Geke: "Ja, die problematiek is bij haar wel erg moeilijk. Ik merkte dat ik me er eerst tegen verzette om daar echt in te duiken. Maar het is wel nodig."

Aan de hand van een ander verhaal werd nog een aspect van methodiek helder: 

Het verhaal: 'Plakken en pesten' en het element van confrontatie

Om een lang verhaal kort te maken: 

Eugenie vraagt dag in dag uit alsmaar alle aandacht van groepsleider Jac; de woorden 'plakken en pesten' vatten diverse verhalen hierover samen. Op een gegeven moment pikt Jac het niet meer:

"Ik ben behoorlijk confronterend naar haar geweest. Ik heb gezegd dat ik niet met haar verder wil gaan zoals ze de laatste paar dagen is geweest: het constant achter me aan lopen en mij zitten pesten."

Jac zegt ook dat "ik er niet zo goed tegen kan als ze de hele dag rond mij hangt" en dat "ik groepsleider van álle meiden ben en niet alleen voor haar."

"Ik heb het idee dat de confronterende manier voor haar wel zin heeft gehad."

Dit laatste bleek te kloppen. Ruim twee maanden later zegt Jac hierover: 

"Het werkt nog steeds, die ene confrontatie, bij mij in ieder geval wel, het contact is nu goed."

De methodiek die ontwikkeld is

Na meerdere verhalen, analyses, notities en kringgesprekken, kon methodiek geformuleerd worden die werkbaar gebleken was. Voor dit verslag wordt nu de uiteindelijk gevonden methodiek rond het punt 'aandacht vragen' zo kort mogelijk weergegeven. 

[Blz. 116] 

Vervolg van het verhaal "Pillen slikken"

 

Ik kan me wel voorstellen dat dit allemaal bedreigend overkomt en heb dit ook gezegd. 
Daarnaast heb ik verteld hoe het allemaal in z'n werk gaat, zo'n stafbespreking. 
Dit was blijkbaar voldoende, want ze besloot om haar feestje toen wel door te laten gaan en om al opgelucht vast met de voorbereidingen te beginnen.

(4b) Begrip

(3c) Begrip geuit, uitleg gegeven

(4c) Opgelucht

 

De notitie vervolgt dan weer als volgt:

Niet dat het feestje zo leuk verliep, want ze giet zich alweer vol, nu is het alcohol, en dat isoleert haar opnieuw van de groep en van de leiding. Redenen om er nog wat over door te denken.

In deel II van het verhaal zien we de groepsleider als het ware óm het gedrag heenlopen ("genegeerd") en ingaan op het achterliggende. Dat komt dan ook naar voren -- en het blijkt zelfs met onze eigen werkwijze samen te hangen: die griezelige stafbespreking.

Dit rechtvaardigt toch wel enkele vragen:

WAAROM neemt dit meisje op de dag voor haar verjaardag pillen in? 

WAAROM giet ze zich vol met alcohol? 

HOE bereiken we dat achterliggende? 

HOE kunnen we dáármee aan het werk?

 

Misschien komen we dan toch bij de inhoud van de in eerste instantie inhouds- en bodemloze vraag om aandacht.

Tot zover dit verhaal en de notitie. 

De weergave ervan dient tevens als illustratie van hoe de visie van de projectleider op de mens als handelend wezen (zie hoofdstuk II) in het onderzoek doorwerkte. Hoewel die visie in deze fase eigenlijk nog niet naar voren gebracht mocht worden, ligt zij toch al in de vragen vervat, alsook in de weergegeven codering naast het verhaal: in het onderscheid tussen gedrag en achtergrond van het gedrag.

De notitie gaat verder met 

een verhaal waarin een meisje, Ursula, in een schemertoestand geraakt, 

en stelt daar vergelijkbare vragen bij.

In de kring wordt dan de notitie besproken. Uit de notulen: 

Tiddo: "De vraag is terecht. Er zaten Ursula inderdaad dingen dwars. Gelukkig dat ze die nacht nog bij me kwam en daar iets van aangaf. Blijft intussen wel mijn bezwaar tegen de manier van uiten: die manier pik ik niet en dat heb ik haar ook gezegd. Ik weet dat ze 't moeilijk heeft. Ze viel al heel vaak flauw in het verleden, nu hier ook al weer."

De methodische ideeën 

(1) In je kijk op de situatie 

moet je niet alleen het gedrag zien, maar gaan zoeken naar wat daar áchter ligt aan motieven.

(2) Doel 

Bij eindeloos aandacht vragen is het een zinvol doel om AANDACHT om te zetten in CONTACT.

(3) De werkwijze 

komt er in essentie op neer dat je in de manier van aandacht geven de manier van aandacht vragen verlegt naar meer acceptabele vormen. Als manieren dienen zich aan: 

  1. (Inderdaad: ten éérste:)Spel;

  2. Gesprek waarin naar motieven gezocht wordt; 

  3. Zorg en lichamelijk contact; 

  4. Conflict en confrontatie.

Dit laatste is onontkoombaar. Op basis van contact, dat in spel, gesprek en zorg is gelegd, kun je dat ook goed doorkomen.

(4) De afloop 

laat dan zien: CONTACT waarmee je kunt werken aan de achterliggende problematiek, en dat ook langdurig blijkt te kunnen zijn. 

 

[Blz 117]

(5) Zelf voel je 

je daar beter bij, al blijft het, gezien de aard en ernst van de problematiek (ziekte, dood, familie. godsdienst, toekomst, verdriet, pijn) wel moeilijk.

(6) De inzichten die opgekomen zijn 

laten zich onder woorden brengen in enkele kernbegrippen, de omschrijving daarvan, en de verbindingen daartussen:

AANDACHT: Het eindeloze, oeverloze. bodemloze en in eerste aanblik inhoudsloze vragen om in het middelpunt van de aandacht van de groepsleider te staan, zonder dat dit vorm krijgt of iets oplevert.

CONFLICT: De botsing met de grenzen van wat ik als groepsleider aanvaardbaar vind.

CONTACT: Een wederzijdse blik in elkaars innerlijk, dat begrepen en serieus genomen wordt -en niet alleen van de lieve kanten van dat innerlijk, juist ook van de scherpe kanten, de grenzen van wat je wel en niet wilt. Vooral de WIL is erg belangrijk.

De begrippen SPEL, ZORG, GESPREK, PROBLEMATIEK en HULP behoeven geen toelichting.  

De verbinding tussen deze begrippen, ofwel de handelingstheorie is dan deze: 

Het komt er wel op aan, HOE je met het conflict omgaat. Dreigen en machtsstrijd leiden niet tot contact. Een blik in je innerlijk geven, met name je grenzen laten zien, doet dat wel. Een conflictsituatie kun je dan ook beter niet interpreteren als een strijd om de macht of de regels, maar als een strijd om jezelf, vooral om je wil en je grenzen te laten zien. Láát die dan ook zien.

Ook in deze kring werd in dit verband gesproken over het kwaad worden: het écht kwaad worden. De conclusie was dat ECHTHEID hier de norm is. Dus: niet kwaad worden als je het niet echt bent, en wel kwaad worden als je het wel echt bent.

Dit laatste vonden de beginners in het vak moeilijk. Degenen die al langer in het vak zaten, vertelden dat het achteraf erg meevalt en zelfs een verbeterd contact oplevert. Mits je tenminste de communicatie openhoudt, de weg terug openhoudt én je je onthoudt van sancties ofwel van gebruik van macht.

[Blz. 118]

Toegevoegd moet worden dat er ook in het uiten van kwaadheid een grens ligt: sommige kinderen kunnen waarschijnlijk je volledige kwaadheid niet verdragen. Naast echtheid is dus zorgvuldigheid hier de norm.

(7) De zoekweg naar beter handelen 

'Ervaring', 'reflexie' en 'ontwikkeling als persoon' zijn de sleutelwoorden die de zoekweg aangeven. Ervaring en reflexie in voortdurende wisselwerking helpen je steeds beter contact te leggen. Daardoor leer je steeds beter het innerlijk van de bewoners te begrijpen én leer je je eigen innerlijk kennen; je ontwikkelt je als persoon, waardoor je gaandeweg beter leert om contact te leggen. Vanuit dat contact kun je hulp verlenen, waar het uiteindelijk om te doen is.

b. Het omgaan met regels en afspraken

Het woord 'afspraken' komt in twee betekenissen voor in het logboek van De Hohorst:

1. Afspraken met een of meer meisjes, en

2. Afspraken tussen volwassenen (vaak ook de ouders) over een of meer meisjes.

In het eerste geval is het woord 'afspraak' correct gebruikt, in het tweede geval is het verhullend en is het eerlijker om van 'regels' te spreken.

Het werken met afspraken en regels is zeker niet typerend voor het Hohorst-team. Er werd zelfs zo min mogelijk gewerkt met regels, iets meer met afspraken, in ieder geval vrijwel geheel zonder sancties of straffen. De werkwijze is veel meer te typeren als persoons- en contactgericht.

Nu kwam er een nieuw meisje in de groep, Ursula, dat zichzelf in zoveel problemen bracht, dat een meer directe begeleiding noodzakelijk werd geacht. Er verscheen een lijst met regels (toen nog 'afspraken' genoemd) van een bladzijde lang in het logboek.

Daarna verschijnen er dag in dag uit verhalen in het logboek over het werken met die lijst van regels. Daardoor was het mogelijk om deze handelwijze als het ware onder een vergrootglas te bekijken en op haar waarde te bezien. De weg die is afgelegd en het resultaat daarvan laat zich het best weergeven in 

drie handelwijzen, die achtereenvolgens uit de verhalen gedistilleerd zijn.

(a) De handelwijze bij de start

(1) De situatie werd aldus geïnterpreteerd: 
Ursula brengt door haar gedrag zichzelf in de problemen, zowel met zichzelf, als met de groep, met de leiding en met haar ouders. We vrezen dat dit onhanteerbaar wordt en we interpreteren dit gedrag als een vraag om meer regulering van haar gedrag.

(2) Als doelen zijn te herkennen: 
het voorkómen en veranderen van dat problematische gedrag, en het vrede houden met haar ouders. 
Als plan verschijnt de lijst met regels om haar gedrag in banen te leiden.

(3) De werkwijze is: 
het stellen van regels die vrijwel alle deze vorm hebben: 'Ursula moet , Ursula mag niet of Ursula mag slechts...' 
Zo vermeldt het logboek bijvoorbeeld: "We moeten haar in alles een stap voor zijn. Wij bepalen -- bijvoorbeeld wanneer het dagelijkse gesprekje zal plaatsvinden: en: "Niet vragend zijn, maar met korte en duidelijke opdrachten werken". 
Enkele van die regels hebben het karakter van een paradox: 
"Ursula moet uit zichzelf om dit gesprek vragen", of: "Ze moet haar taken uit zichzelf doen."

[Blz. 119]

Het werken met deze regels komt neer op het voortdurend meedelen ervan, het controleren en nabespreken ervan; zo'n gesprekje komt dan neer op het aanspreken op haar overtredingen.

(4) De afloop en de interpretatie daarvan 
Als de afloop nu zo was dat de doelen bereikt werden en er een leefbare en werkbare verhouding ontstond ... maar zo was het bepaald niet. De feitelijke afloop was dat leiding en meisje in een vicieuze cirkel terecht kwamen, die zich het beste als een nieuwe handelingscyclus laat beschrijven:

(b) De handelwijze in de vicieuze cirkel

(1) Situatie en interpretatie 
Groepsleiding gaat het meisje slechts zien door de bril van die regels: wat zij ziet is het regel-gedrag en vooral het regel-overtredend gedrag; dáár wordt op gelet, dát wordt gezien.

(2) Doel, wil, plan 
Groepsleiding wil het gedrag sturen in de richting van de gestelde regels, wil die regels waar maken.

(3) Werkwijze  
Ursula wordt aangesproken op haar gedrag, wordt alsmaar herinnerd aan de regels, zonder inhoudeliik op die regels in te gaan.

(4) Afloop en interpretatie daarvan  
Ursula houdt zich ten dele aan de regels, deels echter niet. 
De interpretatie is: Zie bij (1), gevolgd door (2), (3) en opnieuw (4): 
de vicieuze cirkel is geschapen
Inmiddels is de betekenis van het gedrag, de achtergrond ervan buiten het zicht en buiten gesprek geraakt. 
Het contact stagneert, de regels staan als een muur tussen Ursula en haar groepsleiders in.

(5) De eigen bevinding 
is er een van onmacht, irritatie, vrees, weerstand en het gevoel "politie-agent te zijn."

(6) De inzichten:
In eerste instantie: We moeten scherper op de regels letten. Zie weer (1) t/m (6), die zich herhalen.
In de tweede instantie, na een kritische notitie en het kringgesprek hierover
"Ik herken die vicieuze cirkel, daar zitten we in. We zitten in de onmacht tot goed contact en echte uitwisseling" (Jac).

(7) De zoekweg naar beter handelen: 
Aan de hand van de kritische analyse van de verhalen, de notitie en het kringgesprek daarover werd ontdekt dat er een weg was uit de vicieuze cirkel. 
Die weg was: terug van de regel-bewakende functionaris naar de groepsleider als persoon; terug van de visie op Ursula als regel-overtredend meisje naar Ursula als persoon.

Uit de vicieuze cirkel getreden

De dag na het kringgesprek lezen we in het logboek het volgende verhaal: 

Heel wat gebeurd vandaag. Op een gegeven moment zie ik dat Ursula door Ineke en Klazien buiten door de meiden naar de voordeur gesleept wordt.
Ik ben daarop ingesprongen door met Ursula apart te gaan zitten en haar verhaal aan te horen. Ze wilde me niets zeggen, want ze kreeg toch van de leiding altijd de schuld.
Ik vroeg haar of ze dat nu ook van mij verwachtte. Het antwoord was bevestigend.
Ik vroeg haar  of ze zelf ook vond dat ze schuld had. Toen zei ze me: "Nee." 

[Blz. 120]

Ik vond dat we het niet over schuld moesten hebben (het deed me denken aan de vicieuze cirkel van Gieles) maar over wat er gebeurd was en dit zei ik ook. Langzaam maar zeker kwam haar verhaal.

 Ter wille van de ruimte wordt het logboekverhaal hierna ingekort weergegeven: 

Ik zei dat ik me kon voorstellen. (...)
We hebben toen samen afgesproken (...) 
Ze voelde zich opgelucht (ik denk omdat ik haar geen schuld heb gegeven) en vond dat ik haar geholpen had.
Eindelijk eens een gesprek met Ursula gehad, dat vond ik wel prettig.

Aan de hand van dit en van andere verhalen, ook over andere meisjes, kon toen een betere handelwijze worden geformuleerd.

(c) De handelwijze die beter beviel

(1) Situatie interpreteren: 
Let vooral op wat er áchter het gedrag ligt; houd dat in het vizier, zoek hiernaar.

(2) Kies als doel: 
contactleggen en vanuit dat contact hulpverlenen, wat onder andere kan inhouden: gedrag helpen reguleren.

(3) Werkwijze: 
Ga in op de inhoud van wat er voorvalt en op de beleving van de meisjes hierbij. 
Maak afspraken, stel zo nodig regels, maar werk hiermee niet als 'Afspraak is afspraak, punt.', maar als 'Afspraak is afspraak, en hoe maken we die samen waar, kan ik je er soms bij helpen?'

(4) Hoe loopt dit af? 
In het kringgesprek is het zo gezegd: "We werken nu zo dat we minder op de afspraken letten en meer op de inhoud ervan en op haar beleving ingaan. En dat werkt goed door, er is nog steeds contact met haar. En we hoeven ook niet meer zo op de afspraken te wijzen".

(5) De bevinding achteraf: 
"En het bevalt ons ook beter."

(6) De inzichten: 
gedrag zo nodig reguleren en contact leggen zijn niet strijdig, maar maken elkaar mogelijk -- te beginnen met het contact leggen.

(7) De zoekweg naar beter handelen: 
Als team kun je in een vicieuze cirkel terecht komen, die je zelf niet meer ziet; je zit er in. Er is dan een buitenstaander nodig om je daar attent op te maken. De kritische analyse van het logboek heeft hier geholpen.

Opgemerkt mag worden dat de projectleider hier meer is dan onderzoeker in de gebruikelijke zin van het woord; door het geven van een kritische analyse van de verhalen is hij gelijktijdig werkbegeleider. Hij participeert in de werkbegeleiding en benut dit als onderzoeksmethode. Dit is dus een voorbeeld van wat in hoofdstuk II hierover is gezegd (blz. 54).

c. Samenvattend overzicht van de handelwiize van het Hohorst-team

[.... Hiervan is alleen punt (6) opgenomen:]

[Blz. 122]

(6) Inzichten 

In deze oriëntatiefase zijn enkele inzichten aangescherpt. Een aantal min of meer vanzelfsprekendheden zijn doordacht, verdiept, aangevuld. Met name geldt dit voor de noodzaak van én de mogelijkheid tot het werken met wat er achter het gedrag ligt: het innerlijk, vooral het gevoel en de wil van het meisje. Om hiermee te kunnen werken moet je communiceren en daardoor contact leggen, ook en met name op emotioneel vlak. We zijn daarmee in de loop van de oriëntatiefase meer mee gaan werken en dat beviel goed.

Op het gebied van gevoelens moet je je dus als groepsleider thuis voelen als een vis in het water.

Die vaardigheid zou je moeten ontwikkelen.

Op een dergelijke manier werken betekent ook: een opstelling als persoon. Je persoon moet in je functioneren doorstralen en herkenbaar zijn Dus mag je anders zijn dan je collega's, ook in de groep als je dienst hebt.

Een en ander betekent niet dat we de rationele kant zouden verwaarlozen. Eerder is het zo dat die kant bij ons een beetje overheerste, en juist dat is bijgesteld. Er is nu een beter evenwicht bereikt.  

  Vorige Start Omhoog Volgende